zaterdag 30 november 2019

Input cu_nu voor de NVvW

Geachte bestuur ven de NVvW,

Hierbij stuur ik mijn reactie op uw verzoek om via mail te reageren op het eindvoorstel van curriculum.nu.
Ik richt mij daarbij vooral op punt 2 in de volgende passage uit de Toelichting Rekenen & Wiskunde.



De voorstellen voor het vo vind ik minder relevant omdat je als school daar toch je eigen invulling aan kunt geven. Maar waar het de overgang po-vo betreft, ben je afhankelijk van wat anderen daar van (willen of moeten) maken. Zeer belangrijk dus.

Het belang van breuken heb ik al eens aangekaart in dit document. Daarin staan enkele voorbeelden uit het wiskundeprogramma waaruit blijkt dat een perfecte beheersing van breuken onontbeerlijk is voor een goed begrip bij gebruik van enkele regels uit de differentiaal- of kansrekening. Ik heb hierin geprobeerd om onze leerlijn voor breuken in de onderbouw voldoende helder in kaart te brengen. Vooruitschuiven van formeel rekenen met (onbenoemde) breuken naar het vo zal ons ambitieuze maar haalbare leerplan onmogelijk maken en daarom wil ik u met klem adviseren om de plannen van curriculum.nu rekenen en wiskunde geen kans te geven en wel om de volgende redenen.

1. Vroege kennismaking met abstracte breuken in het po is nastrevenswaardig omdat in het verleden gebleken is dat voldoende leerlingen op de basisschool dat prima aankunnen. Het zou een stap terug in de evolutie zijn om leerlingen op jonge leeftijd af te schermen voor het rekenen met onbenoemde breuken.

2. Een goede beheersing van breuken zal leiden tot meer zelfverzekerde leerlingen in de exacte profielen. Uitstel zou kunnen leiden tot meer afstel, alle kies exact campagnes ten spijt.

3. Breuken is een uitstekend onderwerp om mee te nemen in de advisering po - vo. Hoe kun je goed adviseren of determineren zonder voor te proeven? Ik heb de parallel tussen basisschooladvies en het profielkeuze-advies al eens beschreven in dit blog dat ik ook curriculum.nl heb toegestuurd tijdens de laatste feedback ronde.

4. Het inruilen van abstracte breuken voor kans en statistiek is gedoemd te mislukken. Voor een goed kansbegrip heb je een uitstekende beheersing van breuken nodig. Tijdwinst (voor het vo) zal de ruil niet opleveren. De gevolgen van uitstel van inslijpen van standaardprocedures voor breuken zijn niet onderzocht in een pilot o.i.d., maar ik kan op een briefje geven dat kans geen geschikte context is om te leren rekenen met breuken. Er is een lange aanloop nodig, een lange periode van gewenning, om met breuken als ondergrond iets ingewikkeld als kans te doorgronden. Ik zou het misdadig vinden om grootschalig te experimenteren met het door elkaar husselen van een beproefde leervolgorde.

5. Ik voorzie problemen met de doorstroming. Is het straks mogelijk dat een leerling vóór aanvang van de pabo of lerarenopleiding wiskunde zelf op jonge leeftijd nog nooit formeel gerekend heeft met breuken terwijl hij of zij dat wel moet uitleggen aan een nieuwe generatie kinderen? Wat een huiveringwekkend idee is dat. Niet alleen de doorstroming maar ook de ondersteuning thuis komt onder druk te staan. Wat als de kroost van toekomstige ouders wel abstract rekenen met breuken nodig hebben maar de ouders zelf dit nooit onderwezen hebben gekregen. Nog meer schaduwonderwijs? Wilden we niet met regulier onderwijs gelijke kansen voor alle kinderen in Nederland?


Verder wil ik opmerken dat het mij zwaar valt om opnieuw input te moeten geven op wat de gevolgen zouden kunnen zijn van de nieuwe bouwstenen voor het reken- en wiskundeonderwijs. De NVvW heeft toch al een oordeel geschreven over het eindvoorstel van cu.nu. Waarom vraagt de NVvW niet vooraf maar achteraf om advies en input? Daarmee wordt de toch al overbelaste docent mijns inziens volkomen onnodig overvraagd. Docenten die al de moeite hebben genomen om eerder te reageren hebben hun mening vaak al breed gedeeld via sociale media, tijdens bijeenkomsten of via mail met curriculum.nu (meningen die ook na enig aandringen ook terug te vinden zijn op de website van cu.nu). Hoe kan het dat de NVvW deze feedback gemist heeft of onvoldoende acht om tot een goed oordeel te komen. Waarom kiest de NVvW 9 december voor het uit elkaar gaan in kleine groepjes? Hoe denkt de NVvW de informatie die hieruit voortvloeit te bundelen? Hoe zwaar worden tegengestelde meningen of argumenten gewogen? Hoe zwaar wordt het oordeel van de uitkomst van 9 december gewogen in relatie tot de feedback die al eerder is gegeven direct aan cu.nu. Waarom niet een simpele draagvlakpeiling in de volle breedte onder alle leden, net als de AOb gedaan heeft?

Ik had mijn lidmaatschap van de NVvW voor volgend schooljaar opgezegd omdat ik vind dat de kwestie rond de automatische koppeling met de FvOv onvoldoende aan de orde is gesteld in de nieuwsbrief van 24 november terwijl dit punt vooraf duidelijk op de agenda stond van het bestuursoverleg van 20 november. Ik heb u daar in een apart schrijven uitleg over gegeven. Ook bij het onderwerp curriculum.nu heb ik het idee dat de behoefte aan een eenduidige visie namens alle leden van de FvOv tot gevolg heeft dat de wensen van NVvW ondergesneeuwd raken of in de verdrukking komen. De focus op VOOR staat wat mij betreft niet alleen een goed cao maar ook een helder advies namens de wiskundeleraren in de weg.
Ik hoop dat de NVvW de confrontatie met kritische leden niet uit de weg zal gaan, verdeeldheid niet afdoet als negatieve energie, maar uiteindelijk namens een grote meerderheid van de leden wijze beslissingen zal nemen ten aanzien van belangrijke onderwijskwesties. Hopend dat jullie me weer zullen terugwinnen als lid.

Met vriendelijke groet,
David Dijkman 
Docent wiskunde.





dinsdag 29 oktober 2019

Waarom ik niet staak.

Zeven jaar geleden schreef ik nog op deze plek waarom ik liever niet staak. Deze keer zal ik schrijven dát ik niet staak. Waarom niet? Omdat na verschillende keren toch staken het nauwelijks beter is geworden. Het lerarentekort is groter. Mijn koopkracht is achteruit gegaan (maar dat kan ook komen omdat we nu een hond en een kat hebben, een boot en een andere hypotheek). Wat hebben die stakingen opgeleverd? Behalve een paar procent erbij ook een impasse. Een berusting. Een compromis. Ik zoek het woord. Geen wapenstilstand. Nee dat niet. De vakbonden strijden graag door. Maar ze, of ik moet tegenwoordig we zeggen, ze hebben hun zwakte al laten zien. Door ettele keren akkoord te gaan met veel te weinig. Te weinig om de leegloop in het po tegen gegaan. Te weinig om voldoende goeie mensen te vinden voor de tekortvakken in het vo. Met een paar procenten erbij los je die problemen niet op. Telkens nieuwe investeringen vragen voor een bodemloze put werkt ook niet echt. Moet er niet eens gereorganiseerd worden. De bezem erdoor? Lumpsum eruit. Alle overbodige mensen/instanties eruit? Sectorraden eruit? Slob eruit? Verheggen eruit. Niet het curriculum op de schop maar het financieringssysteem op de schop. Durf het maar eens. De rijken iets minder. Onderwijs iets meer. Als je wilt investeren zul je ook ergens in moeten snijden, toch? Er was een financiële meevaller, roept u? Ha, ja, en dan vergeten ze het onderwijs. Ergens wel grappig. Van mij mag het hele kabinet eruit. Hup, verkiezingen.

Maar ik dwaal af. Staken, daar zou het over gaan.
Zouden winkeliers uit protest hun winkel een middag dichtgooien? Zouden medics in oorlogstijd staken omdat er te veel gewonden zijn om te verzorgen? Slechte voorbeelden uiteraard, maar welke pressie of dreiging gaat er in vredesnaam uit van een docentenstaking? Wie heeft daar last van? Alleen de ouders misschien die geen opvang hebben voor hun kind? Ach één ochtendje komen ze vast wel door. Vreemd eigenlijk dat pa en ma, opa en oma, broer en zus, oom en tante, politicus, medicus oké - de medemens - zelf niet in opstand komt. Waarom laten ze dat aan de leraren over? Wiens kinderen gaat het eigenlijk om? Wiens probleem is het eigenlijk?

Ik moet zeggen dat ik nog goed kan rondkomen, de werkdruk redelijk in de hand heb en dat ik met plezier naar mijn werk ga. Word wel moe(deloos) van alle toestanden eromheen: rekentoets, lerarenregister, curriculumshit, lesuitval, stakingen en nog wel meer. Maar wat heb ik het eigenlijk goed. Moet ik solidair zijn met collega's die hun werkdruk zelf niet kunnen reguleren? Die meer geven dan gezond voor ze is? Met die zwoegers in het po die ook toegestaan hebben dat er amper nog een meester te vinden is op de basisschool. Waar zijn de mannen gebleven in het po? Waar zijn de kostwinners gebleven in het po, man én vrouw? Tweeverdieners? Ja, klopt. Geen betaalbaar huis meer in de stad te vinden. Pabo's, politiek, vakbonden, medemens? Waarom hebben we het zover laten komen? Kun je deze toestand nog terugdraaien? Toch niet met nóg een keertje staken? Gele hesjes? Nou, nee, liever niet. Maar wie pakt de leiding? Vreedzaam. Er zullen toch wat poppetjes gewisseld moeten worden, vindt u niet? Wie zorgt ervoor dat de lerarenopleidingen volgend jaar weer overvol zitten? Kom niet eerder met noodmaatregelen "met behoud van onderwijskwaliteit". Die vallen zeker verkeerd. Eerst de echte oplossingen. Dan ben ik ook misschien weer bereid om tijdelijk meer te geven dan gezond voor me is.

Let op: dit is géén oproep om niet te staken. Geef me niet de volle laag aub. Laat me mijn werk doen. En laat ook alle andere collega's met rust die het staken helemaal niks vinden, die het eigenlijk best goed voor elkaar hebben. Of die liever laten zien dat lesgeven het allermooiste vak is. Je mag me (of de niet-stakers) best proberen over te halen. Ik respecteer ook iedereen die wel gaat staken. Een paar procent erbij is het spel dat ze graag spelen. Volgens mij is er nu meer nodig.

dinsdag 28 mei 2019

Beste cu.nl.

In klas 3 (gym) op mijn school draaien we al sinds jaren een B-wis programma bedoeld om leerlingen een bewuste keuze te laten maken welke wiskunde ze kunnen kiezen bij hun profiel in klas 4 ( AC, B zonder D of B met D). Naast uitgebreide voorlichting vinden we het ook belangrijk dat leerlingen een aantal B-achtige oefeningen maken om de verschillen (in tempo en abstractie) aan den lijve te ondervinden. Wiskunde in de onderbouw heeft tot doel (naast algemene ontwikkeling) een gedegen voorkennis te bieden voor de bovenbouw, maar als leerlingen louter het reguliere programma volgen, hebben ze geen flauw benul wat nou precies de verschillen zijn tussen de wiskundesoorten. Kans en statistiek staan in aparte hoofdstukken. Een extra AC-wis programma vonden we daarom niet nodig. Maar de stof in alle andere hoofdstukken is toch echt noodzakelijke voorkennis voor alle soorten wiskunde A, B , C en D. Toch vreemd, dat cu.nu pleit voor een verdere verschraling van algebraïsche vaardigheden, terwijl wij juist kiezen voor een accentuering van de verschillen in klas 3. Van onze decaan kreeg de wiskundevakgroep vorige week een compliment: hoe weinig leerlingen (in vergelijking tot andere scholen) bij ons overstappen van wiskunde B naar A, vlak voor en vlak na de overgang van 3 naar 4. We doen het dus niet slecht. Leerlingen weten aardig goed bij ons en vooral op tijd waarvoor ze kiezen, simpelweg omdat we leerlingen laten voorproeven aan wat hen te wachten staat. Daarmee ondersteunen we niet alleen het keuzeproces, maar bieden we leerlingen ook een opstapje voor de best heftige overgang van de onderbouw naar bovenbouw. Alle leerlingen die graag wiskunde B willen doen en leerlingen die nog twijfelen, doen verplicht mee aan het B-wis programma. Leerlingen die 100% zeker voor wiskunde AC gaan, volgen het reguliere programma. Het B-wis cijfer telt niet mee voor de overgang. Het gaat louter om een advies. Een enkeling die later beslist alsnog voor B te willen gaan moet het B-wis programma inhalen. B-wis is onmisbare voorkennis geworden.

En dan nu de basisschool. Met het schrappen van een groot deel van de algebraïsche vaardigheden in de onderbouw denkt cu.nu ruimte te kunnen maken voor bewerkingen met kale breuken in klas 1. Ik heb in een vorig schrijven (via Twitter) al toegelicht dat in klas 1 beginnen met inslijpen van formeel rekenen met breuken te laat is. Waar het po breukrekenen opbouwt in en uitsmeert over meerdere leerjaren, zou het vo al die kennis en vaardigheden zeker in een paar lesjes kunnen laten beklijven. Hebben jullie een voorbeeldland, of school waar dat gelukt is? Welgeteld twee lessen besteden wij in klas 1 aan het ophalen, herhalen, repareren van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van breuken met en zonder helen. Eén les in huiswerkplanner om te oefenen en één les een SO. Steeds dezelfde vragen, maar met random getallen. Maatwerk dus, net zolang oefenen tot een score van minimaal 80% behaald is. Verplicht ophalen tot een 6. Breuken is een van de zes onderdelen van een te behalen rekenbrevet. Geen verrassingsvragen. Puur rekenen zonder rekenmachine. Na het behalen van het rekenbrevet mogen leerlingen hun rekenmachine gebruiken. Breuken of negatieve getallen kwadrateren op de rekenmachine verdient ook de nodige aandacht, zoals jullie vast weten. Omrekenen van vreemde maten (metriek: hoeveel vierkante inch gaar er in 1 vierkante meter?) is echt niet leuk zonder rekenmachine. En daarna snel een gedegen ondergrond leggen voor vooral kansrekenen (met alle nodige begrip van breuken die daarvoor nodig is). Cu.nu wil een stuk kansrekenen en statistiek naar de basisschool verplaatsen. Hoe willen jullie dat doen zonder kale breuken, procenten, graden? Hoe ver denken jullie te komen? Maar bovenal: welk aandeel levert rekenen dan straks nog in de advisering voortgezet onderwijs? Het plaatsen van belangrijke 1S doelen buiten de adviestoets heeft m.i. desastreuze gevolgen voor het algehele rekenniveau in het Nederlandse onderwijs. Simpele rekenopdrachten voorzien van een dosis F-ruis dient wellicht in redelijke mate het selectieproces, maar van vmbo-t tot vwo levert het leerlingen op de nauwelijks nog de basisbewerkingen beheersen. Let wel, ik ben niet tegen functioneel rekenen, niet tegen maatschappelijk nut en ook niet tegen het ultieme doel van gecijferdheid, maar hoe kan het dat ik zonder ooit les gehad te hebben in 3F toch redelijk gecijferd ben? 3F-ruis moet je niet met nadruk onderwijzen, je moet ze leren rekenen (S-spoor), daarin vertrouwen geven zodat ze zichzelf uiteindelijk een weg kunnen banen door die 3F-ruis en het geleerde ook kunnen toepassen bij andere rekenvakken dan wiskunde. Ik voorspel dat het vooruitschuiven van breuken en verdere vervanging van analyse en algebra door numerieke methoden vergaande gevolgen zal hebben voor het reken- en wiskundeniveau. Dus stop daarmee a.u.b. Verwerk het rekenen van het S-spoor in de adviestoets en toets op het CE weer wezenlijke wiskunde waarop leerlingen de afgelopen jaren hard gestudeerd hebben.

Het argument dat niet alle reken- en wiskundedoelen relevant zijn voor álle leerlingen betekent toch niet dat belangrijke mhv-doelen dan maar onzichtbaar en onbereikbaar gemaakt moeten worden voor een grote groep leerlingen voor wie de stof te lastig of het tempo van aanbieden te hoog is. In die groep zitten ook potentiële leerkrachten. Dan maar differentiëren naar tijd. Een vmbo-leerling mag er absoluut langer over doen dan een vwo’er, maar iedereen moet leren rekenen en alle leerlingen moet je uitdagen zover mogelijk te komen. Als we dat loslaten, dan is het wachten op een volgend overheidsingrijpen.

David Dijkman.
Docent wiskunde.

dinsdag 28 juni 2016

Mislukt, geen extra rekenen bij ons op school.

Als ik het goed begrijp kunnen wij wel 40 klokuren extra krijgen voor rekenen tijdens Cygnus-uur, maar geen 6 x 4 extra rekenlessen voor alle zes brugklassen. Mijn doel is mislukt! Extra tijd voor rekenen om de druk bij wiskunde ietwat weg te nemen wordt niet gehonoreerd. Ik wil graag álle leerlingen leren rekenen met breuken en verhoudingen, met én zonder rekenmachine. Graag in samenhang met wiskunde, daarmee aansluiting vinden tussen po en vo, tussen rekenen en algebra. Niet met een losstaand rekenprogramma, niet met slechts een klein deel van alle 180 eersteklassers, uitgesmeerd over een heel jaar. Iedereen moet weten hoe je twee breuken op elkaar kan delen, iedereen moet weten dat vooraf vereenvoudigen handig is bij breuken vermenigvuldigen. Iedereen moet weten dat je vraagstukken over verhoudingen zonder rekenmachine anders oplost dan met rekenmachine. Dat leren de meeste leerlingen niet uit een rekenboekje, of met een digitaal testje plus uitwerkingen. Daarvoor is INTERACTIE nodig. Tussen leraar en leerling(en). Goede rekenaars zijn lang genoeg weggezet met zelfstandig werken uit rekenboekjes. Het zou mij niets verbazen dat een gebrek aan interactie, uitwisseling en feedback op aanpak en notatie op de lagere school belangrijke oorzaken zijn voor tegenvallende rekenprestaties in klas 1. Ook op het gymnasium kom ik leerlingen tegen die zonder oeps kubieke liters of vierkante hectares roepen, die nog nooit abstract met breuken gerekend hebben, die bij 4 m² een vierkant van 4 bij 4 voor ogen hebben. Tal van misvattingen blijven liggen als je er niet expliciet aandacht aan besteedt.

Maar mijn schoolleiding wil liever alleen de zwakke rekenaars extra tijd voor rekenen geven, repareren wat ze nog nooit (goed) gehad hebben. Alsof goede rekenaars geen recht hebben op degelijk rekenonderwijs. Ik zou graag willen dat de wiskundedocenten van klas 1 tijdens hoofdstuk 5 (breuken) en hoofdstuk 6 (verhoudingen) allemaal in dezelfde periode met hun eigen klassen geschikte momenten in het rooster vinden voor 4 extra rekenlessen, twee voor breuken, twee voor verhoudingen, één les uitleg, één les een toetsje. Daarna net zolang ophalen tot minimaal 80% van de vragen goed beantwoord zijn, ophalen tijdens Cygnus-uur wiskunde, waar leerlingen ook extra uitleg kunnen krijgen. Je moet het ijzer smeden als het heet is. Maar dat mag niet. Per docent vier lesjes declareren is gek. Moet één docent doen, met 40 klokuur op z'n taakbriefje, alleen donderdag het eerste uur, waarop alle Cygnus-uren vallen. Leerlingen moeten dat uur dus kiezen: of rekenen of wiskunde, of Nederlands, of Engels of Executieve Functies. Alle Cygnus-uren op hetzelfde moment in de week. Zucht, dat werkt niet. Althans, niet optimaal. Natuurlijk kun je op tig manieren je rekenonderwijs inrichten en zijn er ook tig manieren die werken. Vergeten wordt dat passie wegebt als je het niet mag doen op de manier die jou het beste lijkt. Volgend jaar moeten we denk ik maar eens aantal lessen schrappen in ons wiskunde- en rekenprogramma.  Rekenen eruit? Kan niet, maar wat dan? Platonische en Archimedische lichamen en de regel van Euler dan maar. Zoals zo vaak sneuvelen leuke, nuttige maar niet verplichte onderdelen het snelst in het land van afrekenen, efficiëntie, bezuinigingen en armoede. De schoolleiding meent dat we het probleem van hoge druk zelf creëren. "Doe het dan wat rustiger aan. Leg die lat dan wat minder hoog", lijkt de boodschap. En daar zit nu precies het probleem. Je probeert de rekenproblematiek aan te pakken, maar het mag extra geen tijd kosten, of nee, het mag wel extra tijd kosten maar alleen op de manier die zij voor ogen hebben. Ergens een steunlesje voor alleen leerlingen die rekenzwak zijn. Zonder plan, zonder onderbouwing, zonder concrete doelen, zonder verwachte uitkomsten, zonder docent.  De NVvW pleit voor meer aandacht voor rekenen in de onderbouw tijdens wiskunde, of anders voor rekenlessen die gegeven worden door wiskundedocenten, mits zij daarvoor  voldoende gefaciliteerd worden natuurlijk. Een rekenlesje per week voor een fractie van 180 gymnasiasten gaat het rekenprobleem niet oplossen, want o ja, ook veel gymnasiasten verlaten de lagere school met een tekort aan rekenvaardigheden. De rekentoets zal dat probleem niet oplossen. Mislukt dus. Ik ga geen extra uur rekenen geven volgend jaar op een manier waar ik niet achter sta. Ik trek me terug, ga het meer vanaf de zijlijn bekijken. Misschien dat een van mijn wiskundecollega's het op wil pakken. 

maandag 28 maart 2016

Toetsweek onderbouw

Tijdens het sectievoorzittersoverleg (SVO) bleek dat "bijna iedereen" het voorstel voor een toetsweek in de onderbouw steunt. Dus kan het worden voorgelegd aan de MR. Genoemd nadeel: lesuitval. Voordelen: (1) afname toetsdruk voor leerlingen rondom de toetsweek, (2) de kans voor iedere sectie om drie keer per jaar een centrale toets af te nemen. En ik maar denken dat álle proefwerken per jaarlaag gecoördineerd afgenomen moesten worden. Wat ik mij afvraag is of de afname van toetsdruk rondom de toetsweek echt een voordeel is. Of kun je alle toetsen in één week opeenpakken ook zien als nadeel? Niet te vergeten de onvermijdelijke opeenhoping van toetsen en deadlines in de week vóór de toetsvrije week (die waarschijnlijk vooraf zal gaan aan de toetsweek).

Aanleiding om twee extra toetsweken in te lassen voor de onderbouw was om docenten uit te kunnen roosteren voor sectiewerktijd, intervisie en nascholingsactiviteiten. Een sympathiek idee. Tijd vrijmaken voor dingen waar je anders niet aan toekomt, of waarvoor niemand na een lange werkdag nog fut heeft. Wel een sigaar uit eigen doos, meen ik, behalve dan de 2 x 2 x 50 minuten surveillance die van ons overgenomen zal worden. Het is namelijk de bedoeling dat volgend jaar twee van de  in totaal vijftien toetsdagen externe surveillanten ingevlogen worden, zodat docenten tot een uur of twee ' s middags met elkaar aan de slag kunnen (neem het niet te letterlijk) en daarna tijd hebben voor nakijken. De overige dertien toetsdagen mogen we zelf surveilleren.

In de bovenbouw hadden we al toetsweken, voor de onderbouw alleen na het laatste blok. De overstap van vier blokken naar drie blokken enige tijd geleden ervoer ik als een verademing. Wat een rust gaf dat in de jaarplanning, meer ruimte om de lesstof te spreiden over een langere periode, direct voelbaar bij het maken van de planners. Ook de overstap op een voortschrijdend gemiddelde bracht rust. Het hysterische gedoe rond de blokwisselingen leek daarmee eindelijk voorbij. De toetsweken in de bovenbouw veroorzaken echter nog steeds piekdrukte bij de leerlingen. Voor de laatste toetsen is de accu bij een niet verwaarloosbaar deel van de leerlingen leeg, en vaak wordt vooraf een keuze gemaakt welke vakken herkanst gaan worden. Na de toetsweek kakt een groot aantal leerlingen in en  tref je als docent in het nieuwe blok veel leerlingen aan die het nieuwe blok direct met een achterstand moeten aanvangen.

En dat willen we nu ook in de onderbouw, met dit verschil dat je in de onderbouw ook even zwaar tellende proefwerken mag geven tijdens de gewone lesweken. In de bovenbouw probeer je de leerlingen nog met voortgangstoetsen enigszins te dwingen op schema te blijven, maar vt's tellen veel minder zwaar mee dan rapporttoetsen en schoolexamens en worden daardoor niet door iedereen even serieus genomen. Het totaal aantal proefwerken in de onderbouw zal waarschijnlijk gelijk blijven. Het is niet de bedoeling dat secties vanwege extra toetsweken opeens extra proefwerken gaan inplannen. Proefwerken die je anders ook al zou afnemen plan je nu simpelweg in die ene week. Je komt dan niet altijd even goed uit, maar daar kan ik niet wakker van liggen. Het is immers niet de bedoeling dat leerlingen een paar dagen later volledig kwijt zijn wat ze die periode daarvoor geleerd hebben. Het totaal aantal toetsen zal door een toetsweek evenmin afnemen. De toetsdruk blijft uiteindelijk hetzelfde.

Met het inplannen van toetsweken organiseer je piekdrukte, zowel voor leerling als docent. Voor de docent omdat je wel heel veel tegelijk moet nakijken, niet te vergeten dat al die toetsen ook allemaal tegelijk opgeleverd, gekopieerd én in enveloppen gestopt moeten worden. Ondanks het voortschrijdend gemiddelde moet natuurlijk wel alles nagekeken zijn vóór de rapportvergaderingen, meestal zo vlak na het weekend. 
Voor de leerling omdat tien proefwerken in een week niet niks is. Oké, de lessen vallen tijdens de toetsweek uit, dus hebben leerlingen meer tijd om te leren. Maar juist door die uitval moet dezelfde leerstof in minder lestijd gedaan worden. Dat levert dus behalve een piek tijdens de toetsweek ook een verhoogde werkdruk op tussen de toetsweken in, tenzij je lesstof skipt, eruitgooit, overslaat. Zou dat de bedoeling zijn?

Voor wiskunde is lesuitval zeer onwenselijk. Ik heb daar al eens eerder over geschreven in een stukje over de lessentabel. Spreiding is ook zeer belangrijk. Als leerlingen een dag voor de toets nog veel moeten doen, dan doen ze iets niet goed. (1) Je kan geen vragen meer stellen, (2) leerstof verankert niet, (3) het maakt onzeker. Daarom adviseren wij leerlingen de planner trouw te volgen en het werk te spreiden over de gehele periode: minimaal 3 keer per week aan je wiskunde! Ik begrijp nu dat bij andere vakken het fijn is om vlak voor de toets ruim tijd te hebben om te leren. Sommige secties staan daar graag een les voor af tijdens de toetsweek en pakken die van wiskunde ook graag mee. Als alle vakken nou eens het werk gelijkmatig spreiden over het blok, zó dat vlak voor de toetsweek er weinig gedaan hoeft te worden, dan... oh, wacht eens, dan is een toetsweek niet nodig, dan kan ieder vak om de 8 a 10 lessen testen wat er afgelopen weken is geleerd. Het toetsrooster voor de onderbouw zorgt dan voor een gelijkmatige toetsdruk over het jaar. Hoe je het ook wendt of keert, als je daar drie weken van doorstreept, dan is dat overduidelijk een maatregel die gelijkmatige spreiding tegenwerkt, iets wat ik als wiskundedocent en mentor klas 1 bijna dagelijks propageer.

Zou het niet fijn zijn al we met leerlingen meer van les naar les kunnen bewegen, i.p.v. van toets naar toets? Eigenlijk is het best vreemd dat we toetsen moeten aankondigen. Zou je niet te allen tijde onverwachts leerlingen moeten kunnen bevragen over wat ze de afgelopen periode hebben geleerd? Zou dat (als je er eenmaal aan gewend bent) het spreiden van huiswerk en werkdruk niet ten goede komen? Of komen we er dan achter dat het voor leerlingen onmogelijk is om alles op tijd (of op schema) af te krijgen? Spanning tussen 'teacher paced' en 'student paced', tussen traditionele klassikaal onderwijs (pak allemaal je passer) en gepersonaliseerd op-eigen-tempo leren dient zich hier misschien aan, maar of je nu linksom of rechtsom wilt, bovenstaande problematiek gaat natuurlijk gewoon over werkdruk. Leerlingen hebben het druk, docenten hebben het druk. Ik sta open voor suggesties om die werkdruk te verminderen, maar overgaan op toetsweken heeft mijns inziens een averechts effect. Leerdoelen schrappen, werkvormen efficiënter kiezen, het hele jaar kortere lesdagen inroosteren, keuzewerktijd invoeren, onderwijs een niveau lager laten volgen, dat zijn pas maatregelen die werkdruk verlagend kunnen zijn, niet het schuiven met toetsen. Een nieuw uitgebalanceerd curriculum ontwerpen zegt u? Je houdt je hart vast bij onderwijs2032. Krijg steeds vaker het gevoel dat ik de inhoud van m'n vak moet verdedigen. Deed het eerder al eens hier toen het erop leek dat wiskunde lessen moest inleveren voor VAS-toetsen, nu weer voor extra toetsweken. Zomaar.

Wellicht ten overvloede, ik ben tegen inkorting van de vakanties. Werkdruk spreiden moet je niet overdrijven. Vakanties zijn nodig om bij te komen, om op te laden, om bij te blijven, om andere dingen te doen. Dat lukt alleen als je school echt even los kunt laten, het schoolgebouw niet in hoeft. Sommige docenten pleiten voor doorwerken in de vakantie, laat ik over zomerschool maar niet nog een keer beginnen. Nadenken over onderwijs, in gesprek gaan met je collega's, tegengas geven, je vak bijhouden, lesmateriaal maken, nieuwe dingen verzinnen, afstemmen, samenhang creëren, het kost allemaal ontzettend veel tijd. Tijd die we nauwelijks hebben. Ik zou graag willen dat rectoren en directeuren eens duidelijk maken aan de overheid en politiek dat al dat meedenken en ontwikkelen niet past in de tijd die ze ervoor geven.









donderdag 10 september 2015

Enkele mijmeringen (zomerschool).

(7-6-15)
Vraag is allereerst of zittenblijven wel zo slecht is. Hoeveel mensen die zittenblijven slecht en te duur vinden, hebben zelf hun diploma's gehaald zonder vertraging? Daar ben ik benieuwd naar. Had zomerschool die vertraging kunnen voorkomen?
Hoe je het aantal zittenblijvers kunt verlagen is een tweede. Ik heb wel eens eerder gepleit voor een verplicht gemengd advies, vwo/vwo+, havo/vwo, vmbo-t/havo… waarbij alle scholen verplicht worden minstens twee niveaus aan te bieden. Denk dan niet meteen aan een herintrede van de middenschool, maar een brugperiode waarin leerlingen zelf kunnen ontdekken op welk niveau zij het prettigst functioneren. Is zittenblijven niet ook een soort van advies? In plaats van vooraf een 'wilde' gok doen, weet je na een jaar uitproberen toch redelijk of het een goed advies is wat je hebt gekregen/gegeven? Wat mij betreft zouden veel meer leerlingen moeten doorstromen naar het niveau waarop ze prettig en ruim voldoende functioneren, tenzij een docententeam van oordeel is dat een leerling onderpresteert en een duwtje nodig heeft. Maar leerlingen op hun tenen laten lopen is m.i. niet goed voor de leerlingen en ook niet goed voor het onderwijs als geheel. Zolang met maatregelen als het leenstelsel diploma’s stapelen ontmoedigd wordt, scholen alsmaar categoraler worden, dubbeladviezen moeten plaatsmaken voor eenduidige enkeladviezen, zie ik het somber in. Ik zou graag willen dat er een leider opstaat die het tij kan keren. 

(25-6-15)
Je zou maar afgewezen worden na zomerschool, absoluut niet willen blijven zitten, liever naar een andere school, over maar een niveau lager. Zoek dan maar eens een nieuwe school. Fijne vakantie! Scholen zijn dicht.

(25-6-15)

(26-6-15)
Het is goed om naar individuele leerlingen te kijken, ze vooruit te helpen, maar tegelijkertijd moeten we voorkomen dat laten doubleren of afstromen gelijk staat aan kansen ontnemen. Diploma-inflatie lijkt me eveneens een groot probleem. Aantal zittenblijvers omlaag brengen door kansen te bieden via andere leerroutes kan gepaard gaan met op alle fronten de lat omhoog brengen. Ik vind juist dat wij docenten iets strenger kunnen of moeten zijn. Het stellen van hogere eisen lijkt strijdig met de doelstelling van zomerschool: het terugdringen van het aantal zittenblijvers, toch is dat wat ons onderwijs nodig heeft: een herwaardering van onze diploma's. Ja dus laat die zwakke of ongemotiveerde vwo-leerling een goede havo-leerling worden, maak diploma's stapelen (weer) aantrekkelijk en durf het niveau van het voortgezet onderwijs op te krikken.
Was vroeger alles beter? Nee, maar ik vind dat we te veel leerlingen tegenwoordig te intensief begeleiden, te veel pushen, te weinig verantwoording laten nemen. Zomerschool gaat niet over het belang van individuele leerlingen, zomerschool gaat over rendement, over geld. Kwaliteit kost echter tijd, geduld en een hoop centen. Zomerschool wordt een nieuwe industrie die het onderwijs eerder kwaad zal doen dan goed.

(30-6-15)
Zomerschool is alleen bedoeld voor leerlingen die afgewezen zijn. Vreemd toch, eerst afwijzen, daarna praten over zomerschool. Soms moet je stemmen of leerlingen voor een ander vak naar zomerschool mogen. Ook best vreemd. Betreffende vakdocent ziet het niet zitten, toch kan vergadering beslissen dat leerling naar zomerschool moet. Dan kan zomaar besloten worden dat een leerling naar zomerschool moet voor een vak dat leerling laat vallen, en waarvan de vakdocent zegt dat twee weken zomerschool onvoldoende is om alsnog een voldoende te halen. Stel dat die leerling het wel haalt, die ene bal in de lucht weet te houden? Volgende jaar weer alle ballen tegelijk. Succes! Tenzij zittenblijven in klas 4 minder erg is dan in klas 3. Dan kan je toch maar beter ervoor zorgen voor het einde van het jaar dat leerlingen met wat extra werk en aandacht in de bespreekzone terecht komt. Maar een niveau lager verder gaan, daartoe wordt op een categorale school zelden besloten, niet eens serieus besproken.
En ik blijf het ongeloofwaardig vinden dat na twee weken zomerschool, leerlingen opeens wel kansrijk zijn.

zondag 28 juni 2015

Afspraken voor de onderbouw t.a.v. Moodle:

Tijdens de APV van 2 juli zijn we tot de volgende afspraken gekomen.
  1. Leerlingen in eerste klas werken verplicht met allemaal dezelfde Cygnus-agenda. Vanaf de tweede klas mogen leerlingen zelf hun agenda kiezen. 
  2. Docenten schrijven het huiswerk niet in Magister. 
  3. Moodle dient als kapstok en wegwijzer voor lesmateriaal en digitale leeractiviteiten. 
  4. Leerlingen vinden in Moodle ruim van te voren wat zij moeten doen zodat zij een weekplanning kunnen maken. 
  5. Voor de (zorg)leerlingen die baat hebben bij een expliciet overzicht van het huiswerk per dag zorgt de mentor voor adequate hulp. 
  6. De intekenlijst proefwerken/so’s voor de onderbouw staat op Moodle en is bindend. 
Weer een stapje verder.