dinsdag 28 mei 2019

Beste cu.nl.

In klas 3 (gym) op mijn school draaien we al sinds jaren een B-wis programma bedoeld om leerlingen een bewuste keuze te laten maken welke wiskunde ze kunnen kiezen bij hun profiel in klas 4 ( AC, B zonder D of B met D). Naast uitgebreide voorlichting vinden we het ook belangrijk dat leerlingen een aantal B-achtige oefeningen maken om de verschillen (in tempo en abstractie) aan den lijve te ondervinden. Wiskunde in de onderbouw heeft tot doel (naast algemene ontwikkeling) een gedegen voorkennis te bieden voor de bovenbouw, maar als leerlingen louter het reguliere programma volgen, hebben ze geen flauw benul wat nou precies de verschillen zijn tussen de wiskundesoorten. Kans en statistiek staan in aparte hoofdstukken. Een extra AC-wis programma vonden we daarom niet nodig. Maar de stof in alle andere hoofdstukken is toch echt noodzakelijke voorkennis voor alle soorten wiskunde A, B , C en D. Toch vreemd, dat cu.nu pleit voor een verdere verschraling van algebraïsche vaardigheden, terwijl wij juist kiezen voor een accentuering van de verschillen in klas 3. Van onze decaan kreeg de wiskundevakgroep vorige week een compliment: hoe weinig leerlingen (in vergelijking tot andere scholen) bij ons overstappen van wiskunde B naar A, vlak voor en vlak na de overgang van 3 naar 4. We doen het dus niet slecht. Leerlingen weten aardig goed bij ons en vooral op tijd waarvoor ze kiezen, simpelweg omdat we leerlingen laten voorproeven aan wat hen te wachten staat. Daarmee ondersteunen we niet alleen het keuzeproces, maar bieden we leerlingen ook een opstapje voor de best heftige overgang van de onderbouw naar bovenbouw. Alle leerlingen die graag wiskunde B willen doen en leerlingen die nog twijfelen, doen verplicht mee aan het B-wis programma. Leerlingen die 100% zeker voor wiskunde AC gaan, volgen het reguliere programma. Het B-wis cijfer telt niet mee voor de overgang. Het gaat louter om een advies. Een enkeling die later beslist alsnog voor B te willen gaan moet het B-wis programma inhalen. B-wis is onmisbare voorkennis geworden.

En dan nu de basisschool. Met het schrappen van een groot deel van de algebraïsche vaardigheden in de onderbouw denkt cu.nu ruimte te kunnen maken voor bewerkingen met kale breuken in klas 1. Ik heb in een vorig schrijven (via Twitter) al toegelicht dat in klas 1 beginnen met inslijpen van formeel rekenen met breuken te laat is. Waar het po breukrekenen opbouwt in en uitsmeert over meerdere leerjaren, zou het vo al die kennis en vaardigheden zeker in een paar lesjes kunnen laten beklijven. Hebben jullie een voorbeeldland, of school waar dat gelukt is? Welgeteld twee lessen besteden wij in klas 1 aan het ophalen, herhalen, repareren van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van breuken met en zonder helen. Eén les in huiswerkplanner om te oefenen en één les een SO. Steeds dezelfde vragen, maar met random getallen. Maatwerk dus, net zolang oefenen tot een score van minimaal 80% behaald is. Verplicht ophalen tot een 6. Breuken is een van de zes onderdelen van een te behalen rekenbrevet. Geen verrassingsvragen. Puur rekenen zonder rekenmachine. Na het behalen van het rekenbrevet mogen leerlingen hun rekenmachine gebruiken. Breuken of negatieve getallen kwadrateren op de rekenmachine verdient ook de nodige aandacht, zoals jullie vast weten. Omrekenen van vreemde maten (metriek: hoeveel vierkante inch gaar er in 1 vierkante meter?) is echt niet leuk zonder rekenmachine. En daarna snel een gedegen ondergrond leggen voor vooral kansrekenen (met alle nodige begrip van breuken die daarvoor nodig is). Cu.nu wil een stuk kansrekenen en statistiek naar de basisschool verplaatsen. Hoe willen jullie dat doen zonder kale breuken, procenten, graden? Hoe ver denken jullie te komen? Maar bovenal: welk aandeel levert rekenen dan straks nog in de advisering voortgezet onderwijs? Het plaatsen van belangrijke 1S doelen buiten de adviestoets heeft m.i. desastreuze gevolgen voor het algehele rekenniveau in het Nederlandse onderwijs. Simpele rekenopdrachten voorzien van een dosis F-ruis dient wellicht in redelijke mate het selectieproces, maar van vmbo-t tot vwo levert het leerlingen op de nauwelijks nog de basisbewerkingen beheersen. Let wel, ik ben niet tegen functioneel rekenen, niet tegen maatschappelijk nut en ook niet tegen het ultieme doel van gecijferdheid, maar hoe kan het dat ik zonder ooit les gehad te hebben in 3F toch redelijk gecijferd ben? 3F-ruis moet je niet met nadruk onderwijzen, je moet ze leren rekenen (S-spoor), daarin vertrouwen geven zodat ze zichzelf uiteindelijk een weg kunnen banen door die 3F-ruis en het geleerde ook kunnen toepassen bij andere rekenvakken dan wiskunde. Ik voorspel dat het vooruitschuiven van breuken en verdere vervanging van analyse en algebra door numerieke methoden vergaande gevolgen zal hebben voor het reken- en wiskundeniveau. Dus stop daarmee a.u.b. Verwerk het rekenen van het S-spoor in de adviestoets en toets op het CE weer wezenlijke wiskunde waarop leerlingen de afgelopen jaren hard gestudeerd hebben.

Het argument dat niet alle reken- en wiskundedoelen relevant zijn voor álle leerlingen betekent toch niet dat belangrijke mhv-doelen dan maar onzichtbaar en onbereikbaar gemaakt moeten worden voor een grote groep leerlingen voor wie de stof te lastig of het tempo van aanbieden te hoog is. In die groep zitten ook potentiële leerkrachten. Dan maar differentiëren naar tijd. Een vmbo-leerling mag er absoluut langer over doen dan een vwo’er, maar iedereen moet leren rekenen en alle leerlingen moet je uitdagen zover mogelijk te komen. Als we dat loslaten, dan is het wachten op een volgend overheidsingrijpen.

David Dijkman.
Docent wiskunde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten