Laat ik hier eens bijhouden welke rekenvaardigheden ik als voorkennis verwacht voor klas 1 h/v.
Zonder rekenmachine uiteraard!
Op G1 Rekenen (ww: 'geen') staat een aantal opgaven waarvan ik verwacht dat leerlingen die op de basisschool kunnen uitrekenen zonder rekenmachine, met een nette aanpak (notatie) die voor iedereen goed te volgen is.
Nog een paar voorbeelden.
Voorkennis 1
1,41 x 1,41 = 1,9881 en wel omdat leerlingen hun rekenmachine niet altijd moeten vertrouwen.
Wortel 2 is irrationaal, niet te schrijven als breuk of repeterend decimaal getal.
Voorkennis 2
3/7 = 0,428571428571428571...
want bij zelfde rest herhaalt het patroon zich
Voorkennis 3
De helft van tien is vijf (1/2 x 10 = 5)
Het dubbele van zeven is veertien (2 x 7 = 14)
Een deel nemen is vermenigvuldigen
Voorkennis 4
...
maandag 26 januari 2015
zondag 25 januari 2015
Het rekenbrevet
Ons rekenprogramma in klas 1 G1 Rekenen (ww: 'geen') heeft iets weg van het halen van een rekenbrevet, een bewijs dat je 'rekenmachinewaardig' bent. Ofwel, je mag pas een rekenmachine gebruiken, als je de sommetjes ook zonder rekenmachine kan oplossen. Dat vind ik wel fair. Waarom zou je geen gebruik mogen van rekenmachine als je hebt aangetoond het ook zonder te kunnen. Er bestaan rekenmachines op de markt die pas antwoord geven als je eerst zelf een goede schatting invoert. Zo'n ding zou ik nooit kopen. Waardeloos toch?! Dat moet op een gegeven moment gaan irriteren. Misschien bestaan er ook rekenmachines die pas antwoord geven als je zelf het correcte antwoord invoert, een soort nakijkapparaat. Het moet niet gekker worden. Er schiet van alles door m'n hoofd, slagroomkloppers die het pas doen als ..., of auto's die pas willen starten als ..., nou ja, je begrijpt het al. Het gemak dient de mens!
Bij rekenen ligt het toch iets genuanceerder. Je moet wel degelijk kunnen rekenen om verder te komen met wiskunde of andere rekenvakken. Het gaat dan niet zo zeer om snel het juiste antwoord vinden, maar meer om getalbegrip en gevoel, dat je - als het moet - heus wel foutloos tot een uitkomst kan komen, maar simpelweg liever de rekenmachine pakt omdat je je wil richten op het werkelijke probleem, de context wat mij betreft.
De rekentoets VO richt zich met name op die contexten, waarbij het 'echte rekenwerk' op de rekenmachine gedaan mag worden. In een poging de critici tevreden te stellen worden er extra kale sommen tussen gestopt om enig begrip van de getallen zelf en de bewerkingen af te dwingen. De definitiekwestie, wat rekenen precies is, maar ook hoe je het (aan)leert, leidt tot grote discussies in het land. Wat mij betreft mag basisschool rekenen gedefinieerd worden als optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen van gehele getallen, breuken en decimale getallen, zowel handig, cijferend als soms uit het hoofd, maar zonder rekenmachine (oh, ik vergeet procenten, en metriek...). Deze definitie kun je voor het voortgezet onderwijs uitbreiden met machtsverheffen, voorrangsregels, negatieve en irrationale getallen, met en zonder rekenmachine. Contexten kunnen dienen als toepassing ter motivatie of ter ondersteuning van het begrip, zowel in het po als het vo, maar moeten geen doel op zich worden, daar hebben we andere vakken voor. Functioneel rekenen, net zo belangrijk als 'kaal' rekenen, zou ik anders definiëren. Het belang van functioneel rekenen staat hier mooi en helder opgeschreven.
Volgens mij slaagt het po er onvoldoende in om het kale basisschool rekenen goed te onderwijzen, en het vo het 'voortgezet rekenen'. Zowel het po als het vo lijken extra prikkels nodig te hebben om het rekenniveau af te leveren waar de samenleving of het vervolgonderwijs om vraagt. Het po richt zich wellicht te veel op de cito-toets, hetgeen geen garantie biedt dat alle kinderen het kale rekenen onder de knie krijgen. En ik vrees dat vooral de compensatiemogelijkheden in het voortgezet onderwijs oorzaak zijn dat er leerlingen tussendoor glippen die elementaire vaardigheden onvoldoende beheersen.
Een oplossing zou een rekenbrevet kunnen zijn, dat je pas bemachtigt als je, laten we zeggen 80% van een aantal standaard rekenopgaven foutloos (zonder rekenmachine) kunt maken. Een rekenexamen zonder verrassingsvragen. Alle opgaven kunnen vooraf eindeloos geoefend worden met 'random' getallen. Op het examen weer dezelfde vragen maar dan met andere getallen. Typisch teaching-to-the-test dus. Er moeten dan ook een paar vervelende sommen tussen zitten, waar je check, double check en zelfs triple check nodig hebt om zeker te zijn dat je antwoord juist is. Een toets zonder al te veel tijdsdruk, het moet voor iedereen haalbaar zijn, ook voor trage rekenaars en faalangstigen onder ons.
Het rekenbrevet zou geen landelijke aangelegenheid moeten worden, maar het po mag best weten op welke rekenvaardigheden middelbare scholen graag zouden willen aansluiten zodat duidelijk wordt waar het po naar toe moet werken. Dat is nu onvoldoende duidelijk. Ik heb de vragen uit ons rekenprogramma toegevoegd aan het 8-plus project, maar slechts een enkeling doet daaraan mee en krijgt deze vragen te zien. Op een of andere manier slagen middelbare scholen er niet in om duidelijk te maken welk rekenniveau ze verwachten in klas 1. Sterker nog, zolang leerlingen in het vo hun examens blijven halen, is dat een signaal voor het po dat het kennelijk voldoende is wat ze doen. En de rekentoets VO test geen basisschool rekenen, het po hoeft zich dus niet dus schuldig te voelen als die slecht gemaakt wordt. Nee, iedere middelbare school moet op eigen wijze invullen hoe zij voldoende rekenvaardigheden garanderen met het afgeven van een diploma. Iedere middelbare school moet duidelijk laten zien waarop docenten willen voortborduren bij wiskunde en andere rekenvakken. En iedere school zou moeten terugkoppelen richting basisschool hoe het de leerlingen vergaat. Het is niet verwonderlijk dat de overheid de kloof tussen po en vo probeert te dichten met leerlingvolgsystemen als VAS en garantie zoekt met rekentoetsen bij het examen. Dat mag het onderwijsveld zichzelf deels aanrekenen, maar ja, veel tijd en ruimte krijg je er niet voor.
Vraag is wat er met de rekentoets 3F moet gebeuren. Stel dat de onderliggende niveaus gehaald zijn, en dat leerlingen tevens beschikken over een rekenbrevet, dan nog zullen grote aantallen leerlingen niet slagen voor deze toets. Dat komt niet alleen door ondeugdelijke vragen, dubieuze antwoordmodellen, stressvolle afnamecondities, het grote aantal vragen en verschillende contexten, het aantal denkstappen per vraag, al deze factoren zou je kunnen corrigeren met het bijstellen van de cesuur, nee, het heeft ook met voorbereiding te maken. Zolang het examen niet meetelt in de slaag/zakregeling, zolang het niet meetelt voor het rapport (als apart vak of module), zolang er niets van afhangt, dan zullen leerlingen echt niet vrijwillig in groten getale gaan zwoegen voor deze toets. Met meer dan één herkansing voor deze toets zullen de meeste leerlingen eerst kijken wat ze halen zonder zich uitgebreid voor te bereiden. De roep om de rekentoets toch mee te laten tellen en het aantal herkansingen te beperken begrijp ik ergens wel, maar kaal basisschool rekenen, leren ze er niet van. Dat Sander Dekker dat nog niet door heeft, vind ik ernstig, een brevet van onvermogen. De rekentoets moet zo snel mogelijk afgeschaft worden, dat had ik hier eerder al toegelicht.
Het idee is dus simpel. Leerlingen moeten het gebruik van hun rekenmachine eerst verdienen. Niet dat ik bij een toets waarbij een rekenmachine gewenst is leerlingen het gebruik ervan ontzeg, het rekenbrevet staat daar los van. Het is de bedoeling dat de leerling rekenen net zo vaak herkanst, desnoods met hulp van een remedial teacher, totdat het brevet gehaald is. Vanaf dat moment mogen leerlingen zonder gêne het rekenapparaat gebruiken. Onderhouden van rekenvaardigheden hoeft wat mij betreft dan ook géén extra aandacht, niet meer dan er nu al is bij wiskunde en de andere rekenvakken. Het brevet is immers gehaald. Ajb geen paragrafen in de wiskundeboeken met rekensommen van de basisschool. Het vo heeft zo haar eigen doelen.
Bij rekenen ligt het toch iets genuanceerder. Je moet wel degelijk kunnen rekenen om verder te komen met wiskunde of andere rekenvakken. Het gaat dan niet zo zeer om snel het juiste antwoord vinden, maar meer om getalbegrip en gevoel, dat je - als het moet - heus wel foutloos tot een uitkomst kan komen, maar simpelweg liever de rekenmachine pakt omdat je je wil richten op het werkelijke probleem, de context wat mij betreft.
De rekentoets VO richt zich met name op die contexten, waarbij het 'echte rekenwerk' op de rekenmachine gedaan mag worden. In een poging de critici tevreden te stellen worden er extra kale sommen tussen gestopt om enig begrip van de getallen zelf en de bewerkingen af te dwingen. De definitiekwestie, wat rekenen precies is, maar ook hoe je het (aan)leert, leidt tot grote discussies in het land. Wat mij betreft mag basisschool rekenen gedefinieerd worden als optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen van gehele getallen, breuken en decimale getallen, zowel handig, cijferend als soms uit het hoofd, maar zonder rekenmachine (oh, ik vergeet procenten, en metriek...). Deze definitie kun je voor het voortgezet onderwijs uitbreiden met machtsverheffen, voorrangsregels, negatieve en irrationale getallen, met en zonder rekenmachine. Contexten kunnen dienen als toepassing ter motivatie of ter ondersteuning van het begrip, zowel in het po als het vo, maar moeten geen doel op zich worden, daar hebben we andere vakken voor. Functioneel rekenen, net zo belangrijk als 'kaal' rekenen, zou ik anders definiëren. Het belang van functioneel rekenen staat hier mooi en helder opgeschreven.
Volgens mij slaagt het po er onvoldoende in om het kale basisschool rekenen goed te onderwijzen, en het vo het 'voortgezet rekenen'. Zowel het po als het vo lijken extra prikkels nodig te hebben om het rekenniveau af te leveren waar de samenleving of het vervolgonderwijs om vraagt. Het po richt zich wellicht te veel op de cito-toets, hetgeen geen garantie biedt dat alle kinderen het kale rekenen onder de knie krijgen. En ik vrees dat vooral de compensatiemogelijkheden in het voortgezet onderwijs oorzaak zijn dat er leerlingen tussendoor glippen die elementaire vaardigheden onvoldoende beheersen.
Een oplossing zou een rekenbrevet kunnen zijn, dat je pas bemachtigt als je, laten we zeggen 80% van een aantal standaard rekenopgaven foutloos (zonder rekenmachine) kunt maken. Een rekenexamen zonder verrassingsvragen. Alle opgaven kunnen vooraf eindeloos geoefend worden met 'random' getallen. Op het examen weer dezelfde vragen maar dan met andere getallen. Typisch teaching-to-the-test dus. Er moeten dan ook een paar vervelende sommen tussen zitten, waar je check, double check en zelfs triple check nodig hebt om zeker te zijn dat je antwoord juist is. Een toets zonder al te veel tijdsdruk, het moet voor iedereen haalbaar zijn, ook voor trage rekenaars en faalangstigen onder ons.
Het rekenbrevet zou geen landelijke aangelegenheid moeten worden, maar het po mag best weten op welke rekenvaardigheden middelbare scholen graag zouden willen aansluiten zodat duidelijk wordt waar het po naar toe moet werken. Dat is nu onvoldoende duidelijk. Ik heb de vragen uit ons rekenprogramma toegevoegd aan het 8-plus project, maar slechts een enkeling doet daaraan mee en krijgt deze vragen te zien. Op een of andere manier slagen middelbare scholen er niet in om duidelijk te maken welk rekenniveau ze verwachten in klas 1. Sterker nog, zolang leerlingen in het vo hun examens blijven halen, is dat een signaal voor het po dat het kennelijk voldoende is wat ze doen. En de rekentoets VO test geen basisschool rekenen, het po hoeft zich dus niet dus schuldig te voelen als die slecht gemaakt wordt. Nee, iedere middelbare school moet op eigen wijze invullen hoe zij voldoende rekenvaardigheden garanderen met het afgeven van een diploma. Iedere middelbare school moet duidelijk laten zien waarop docenten willen voortborduren bij wiskunde en andere rekenvakken. En iedere school zou moeten terugkoppelen richting basisschool hoe het de leerlingen vergaat. Het is niet verwonderlijk dat de overheid de kloof tussen po en vo probeert te dichten met leerlingvolgsystemen als VAS en garantie zoekt met rekentoetsen bij het examen. Dat mag het onderwijsveld zichzelf deels aanrekenen, maar ja, veel tijd en ruimte krijg je er niet voor.
Vraag is wat er met de rekentoets 3F moet gebeuren. Stel dat de onderliggende niveaus gehaald zijn, en dat leerlingen tevens beschikken over een rekenbrevet, dan nog zullen grote aantallen leerlingen niet slagen voor deze toets. Dat komt niet alleen door ondeugdelijke vragen, dubieuze antwoordmodellen, stressvolle afnamecondities, het grote aantal vragen en verschillende contexten, het aantal denkstappen per vraag, al deze factoren zou je kunnen corrigeren met het bijstellen van de cesuur, nee, het heeft ook met voorbereiding te maken. Zolang het examen niet meetelt in de slaag/zakregeling, zolang het niet meetelt voor het rapport (als apart vak of module), zolang er niets van afhangt, dan zullen leerlingen echt niet vrijwillig in groten getale gaan zwoegen voor deze toets. Met meer dan één herkansing voor deze toets zullen de meeste leerlingen eerst kijken wat ze halen zonder zich uitgebreid voor te bereiden. De roep om de rekentoets toch mee te laten tellen en het aantal herkansingen te beperken begrijp ik ergens wel, maar kaal basisschool rekenen, leren ze er niet van. Dat Sander Dekker dat nog niet door heeft, vind ik ernstig, een brevet van onvermogen. De rekentoets moet zo snel mogelijk afgeschaft worden, dat had ik hier eerder al toegelicht.
Het idee is dus simpel. Leerlingen moeten het gebruik van hun rekenmachine eerst verdienen. Niet dat ik bij een toets waarbij een rekenmachine gewenst is leerlingen het gebruik ervan ontzeg, het rekenbrevet staat daar los van. Het is de bedoeling dat de leerling rekenen net zo vaak herkanst, desnoods met hulp van een remedial teacher, totdat het brevet gehaald is. Vanaf dat moment mogen leerlingen zonder gêne het rekenapparaat gebruiken. Onderhouden van rekenvaardigheden hoeft wat mij betreft dan ook géén extra aandacht, niet meer dan er nu al is bij wiskunde en de andere rekenvakken. Het brevet is immers gehaald. Ajb geen paragrafen in de wiskundeboeken met rekensommen van de basisschool. Het vo heeft zo haar eigen doelen.
zaterdag 10 januari 2015
Cito VAS-toetsen mail 2 en 3
Laat ik op mijn blog de mailtjes opslaan die ik heb verstuurd om te voorkomen dat de Cito VAS-toetsen ingevoerd worden bij ons op school zonder diepgaande discussie. Mail 1 staat hier.
Mail 2
Ik denk niet dat gestandaardiseerde testen zoals VAS
of DTT een oplossing bieden om het rekenniveau te bewaken of op te krikken,
vrees eerder dat het een averechts effect zal hebben, omdat zwakke scholen
mogelijk hun onderwijsaanbod zullen verengen om maar aan de standaard te
voldoen. Tijd en energie die je stopt in het overnemen van po-doelen, kun je
niet nogmaals uitgeven aan de eigen vo-doelen. Bovendien zal na enkele
jaren van de beoogde objectiviteit bij standaardtesten weinig overblijven,
simpelweg omdat scholen er zich verschillend op zullen voorbereiden.
Gevaar bestaat ook dat we leerlingen die zwak scoren
op VAS-rekenen, onnodig gaan belasten met het wegwerken van hiaten die voor het
vo-curriculum wellicht geen probleem vormen. Ik zie ook leerlingen met een
slechte VAS voor rekenen die het (nog) goed doen bij wiskunde en ons eigen
rekenprogramma. Als je die leerlingen tijdens het Cygnusuur laat werken met een
adaptief rekenprogramma zoals Muiswerk om bijvoorbeeld alsnog de tafels
te automatiseren of memoriseren (ik noem maar wat), dan probeer je dus in
enkele uurtjes te repareren wat met acht jaar rekenonderwijs niet gelukt is. Ik
verwacht daar niet veel van. Ik zie veel liever dat die leerlingen hulp krijgen
om aan te haken bij wiskunde, ons eigen rekenprogramma, of andere rekenvakken.
Dan kun je zeer gericht werken aan het opsporen en wegwerken van hiaten
die er toe doen (echt onmisbaar zijn als voorkennis). Onze leerlingen
scoorden op afgelopen rekentoets 3F redelijk goed, uiteindelijk heeft van onze
eerste lichting iedereen rekenen 3F gehaald. Even afwachten natuurlijk hoe het
volgende jaren zal verlopen, maar ik verwacht voor onze school weinig
problemen, temeer omdat tot 2020 de
norm tijdelijk versoepeld zal worden. Laten we dus
onze aandacht vooral richten op ons eigen curriculum. Meer daarover
op mijn blog over de rekentoets VO.
Ik denk dat het Cygnusuur voor rekenen en wiskunde
vooral gebruikt moet worden als steunles en niet als uur waarin
leerlingen extra belast worden met een adaptief rekenprogramma
als Muiswerk dat rekenhiaten uit het po tracht weg te werken of louter gericht
zal zijn op het verkrijgen van betere VAS-scores. (Ondanks dat ik beaam dat een
adaptief rekenprogramma vele malen beter kan zijn dan veel rekenboeken nu).
Remedial Teaching voor rekenen lijkt me lastig te
verwezenlijken binnen het Cygnusuur, maar als een enkeling baat bij RT zou
hebben, dan vind ik dat wel een extra investering waard. Wie daarvoor in
aanmerking zou komen, kan wat mij betreft op onze school het beste bepaald
worden aan het einde van klas 1, als de resultaten voor wiskunde en en ons
eigen rekenprogramma bekend zijn en deze gekoppeld worden aan het
LVS van de basisschool (tenzij er vanuit de lagere school geadviseerd
is meteen extra ondersteuning aan te bieden). De meerwaarde van VAS0 vind
ik voor rekenen nihil, zeker gezien de uitslag, maar die bespreek ik liever per
leerling even mondeling.
Tot zover mijn algemene bijdrage over VAS.
Mail 3
Over je vraag KUNNEN vs WILLEN bij VAS rekenen & wiskunde.
De screening levert voor rekenen per leerling 4 percentielscores op
voor verbanden, meetkunde, getallen en verhoudingen, niet meer dan dat.
Met vier kruisjes langs een lijntje van 0 tot 100 wordt dus min of
meer 8 jaar rekenen samengevat. De gebruikte toetsen zijn geheim en kun je dus
niet gebruiken om met leerlingen te bespreken.
Zonder extra onderzoek KUN je dus weinig met de VAS-resultaten
rekenen & wiskunde, maar dat had ik vóór aanvang voor de afname al laten
doorschemeren. (Hier nog te lezen).
Ongetwijfeld staan er commerciële partijen te popelen om ons te
overtuigen dat met hun aanpak eventuele hiaten snel opgespoord en weggewerkt
kunnen worden.
Nu zouden we zelf ook deficiënties kunnen opsporen, maar dat kost
tijd en inzet, niet alleen ons maar ook leerlingen. Een kwestie van WILLEN dus.
Een aantal jaar geleden vond ik van alle instaptoetsen de ABC-toets
van de Hoge School van Utrecht het
Deze toets wordt schriftelijk afgenomen, richt zich op niveau 1S, en
geeft een aardig beeld wat leerlingen geleerd hebben op de basisschool en wat
nog niet, juist vooral omdat je hun aanpak en notaties kunt bestuderen.
Ik heb deze toets destijds gebruikt, samen met enkele andere toetsen
(o.a. van de pabo en Cito 2F en 3F) om G1-rekenen op
onze Moodle op te zetten, een (kale) digitale aanpak die (voor de docent)
minder tijd kost, maar daardoor helaas ook weinig inzicht geeft hoe leerlingen
aan hun antwoord gekomen zijn omdat alleen de uitkomsten worden nagekeken. (Bij
VAS is dat trouwens niet anders). Leerlingen moeten bij G1-rekenen wel altijd
hun aanpak in hun rekenschrift of op toetspapier zetten, deze laten we nakijken
en van feedback voorzien door leerlingen uit klas G4, het bepalen van de score
doet de computer.
Onze aanpak op G1 Rekenen kan dan dus dienen als ‘filter’. Voor wie
het niet op eigen kracht redt, kan extra steun krijgen via steunles op het
Cygnusuur (of voor wie dat aan het einde van het jaar onvoldoende blijkt, zou
eventueel Remedial Teaching overwogen kunnen worden).
We kunnen natuurlijk uren turen op die cijfertjes van VAS maar wat
willen we ermee? Dat lijkt me de hoofdvraag.
Is het nodig, wenselijk (willen), betaalbaar, mogelijk om 'al onze
leerlingen' voor VAS-rekenen ‘bovengemiddeld' te laten scoren?
Wat is eigenlijk het doel van VAS? Uitschieters naar beneden
wegwerken? Een betere rekentoets VO? Een LVS als doel op zich? Betere
resultaten voor wiskunde of andere rekenvakken? Hogere SE of CSE cijfers? Een
betere academische ondergrond? Nog meer accent op kwalificatie?
Heeft onze school een (reken)probleem? Doen we het niet goed?
Willen we in het vo eenzelfde soort LVS als in het po? Zijn dat niet
vragen die we eerst moeten beantwoorden?
Maandag heb ik een definitieve lijst met leerlingen voor het
Cygnusuur, maar dan vooral op grond van de resultaten G1 Rekenen en
wiskunde.
In de bijlage alvast een voorlopige versie met leerlingen uit klas
1A en 1B.
De getallen van VAS vind ik als wiskundedocent
best interessant, maar zijn ze de moeite waard? Ik hoor graag wat anderen ervan
vinden.
Abonneren op:
Posts (Atom)

