woensdag 3 februari 2021

Formatief handelen 1

Formatief handelen, wie wil dat nou niet? Meteen een beeld hebben of het leerdoel behaald is en direct bijsturen mocht dat nodig zijn. Nooit meer over de hoofden heen praten. Dat je altijd op tijd bent en niet tijdens het nakijken van de summatieve toets erachter komt dat ze er geen bal van begrepen hebben. Formatief handelen, zonder extra nakijkwerk, zonder administratie. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Dat is het ook, denk ik. Ik ben er blij mee hoor, gebruik het zelf ook regelmatig, maar doorslaan ligt op de loer. Men moet formatief handelen niet gaan prediken als een religie, met gevaar dat het andere beproefde tactieken wegdrukt, iets simpels als een summatieve toets bijvoorbeeld. Zolang je formatief handelen als aanvulling ziet van je repertoire dan is er weinig aan de hand. Net als samenwerkend leren, onderzoekend leren, ICT-gestuurd leren. Pak de meerwaarde, zou ik zeggen, varieer en doseer.

Wat staat me dan tegen, bij zoiets moois als formatief handelen? 
1. Het is niet nieuw denk ik. Vroeger al voelden leraren prima aan waar de knelpunten zaten, de valkuilen, de misconcepties. Kost een paar jaren, maar dan weet je al voor je begint met de les(stof) waar leerlingen moeite mee zullen hebben. Daar speel je dan op in, zorg je voor interactie, laat je ze in bekende valkuilen stappen, geef je opdrachten die de misconcepties blootleggen. Het mooie van formatief handelen is dat je het doet voorkomen dat het handelen gebeurt naar aanleiding van de uitkomsten van de formatieve vraag of opdracht, maar in feite had je het lesverloop al van te voren bedacht, of wist je vooraf al hoe de les zal aflopen. Het bij leerlingen openzetten van de luiken kan welzeker de leerlingen activeren, ertoe aanzetten om over de vraag na te denken, of zelfs helpen bij het formuleren van een hulpvraag, in het gunstigste geval ook open te staan voor nadere uitleg. Handelen zou je dus ook kunnen zien als confronteren en activeren. Het aansturen op een cognitief conflict kan overigens hetzelfde doel dienen, het uitlokken van verschil van mening eveneens.
2. Formatief handelen is een van de middelen die je kunt inzetten, maar het houdt soms enorm op. Je weet de uitkomst al, maar eerst nog even de klas peilen. Zucht, tijd tikt weg, geen ruimte meer voor dit of dat. Ik geef les op vwo+ niveau. In de onderbouw flitsen de leerdoelen in sneltreinvaart voorbij. Lastig om bij essentiële stappen voldoende stil te staan, maar je doet het wel, je wilt geen schakel missen. Wiskunde levert in klas 1 en 2 van een gymnasium, technasium, tto, of een gewone vwo-plus vaak een lesuur in, om ruimte te maken voor al dat extra's. Leerlingen 'tekenen' daarvoor, dat ze het reguliere wiskundeprogramma in de onderbouw met minder contacttijd aankunnen. Veel speling is er niet met een kwart minder lessen. Aanpoten dus, maar wel leuk. Af en toe een intensieve werkvorm inzetten, fantastisch, maar er moeten ook nog gewoon sommen gemaakt worden, nagekeken, verbeterd, bevraagd, begrepen, opnieuw geoefend worden.
3. Ben al blij dat het nu formatief handelen heet, en niet formatief toetsen. Je zou bijna gaan denken dat ze summatief toetsen dan deels kunnen vervangen. Ik geloof daar niet in, althans niet voor mijn vak, niet op vwo+ tempo. Leerlingen ervaren een hoge werkdruk. Verleidelijk om dat aan het aantal toetsen toe te schrijven, maar de werkelijke werkdruk hangt samen met de zwaarte of de volheid van het totale curriculum, en soms ook de gekozen werkvorm of afronding. Een werkstuk, YouTube, een presentatie, hartstikke leuk en afwisselend, maar leerlingen moeten ook gewoon hun reguliere werk doen: oefenen, basale vaardigheden trainen, routine opdoen, verwerken van diepere inzichten, terugkomen op iets wat lastig was. Retrieval practice, als manier van leren, is nodig voor het leren voor de langere termijn, maar zonder summatieve of extrinsieke druk gaan pubers in een overladen curriculum zelden allemaal spontaan aan de slag met ophalen van kennis uit het het geheugen. In een overvol programma is de keuze snel gemaakt: wat niet meetelt doe ik niet of minder goed. Werken voor een cijfer is tegenwoordig vloeken in de kerk. Liefst zien we alle leerlingen intrinsiek gemotiveerd, houden we ze bij de les met activerende werkvormen, maar leerlingen willen soms ook even rust en tijd om te werken, bij te komen, gezellig te doen. En leraren idem dito.
4. Formatief handelen kan beproefde tactieken wegdrukken, zei ik? Een summatieve toets, een DWO opdracht, een Ditwis, even een slap verhaal tussendoor om de druk van de ketel te halen. Het kost allemaal tijd. Administreren ook, tenzij de computer het voor je doet, maar ook dan, goede opdrachten ontwerpen met random getallen, ingebouwde feedback kost natuurlijk eveneens veel tijd. Summatieve toetsen nakijken, ai, zeer tijdrovend, maar mijns inziens wel degelijk effectief.  Eén toets zegt niet zoveel, maar het voortschrijdend gemiddelde geeft toch een aardig beeld of er voldoende geleerd is, of je voldoende kans maakt het jaar erop. Ik zie het als een spel, een wedstrijd met jezelf, alle ballen in de lucht houden, zelf de controle houden, zelf continu zien waar je staat, zelf kunnen bijsturen. Het VG geeft als eenvoudige centrummaat zelfinzicht en mogelijkheid tot bijsturen; na één misstap, een slechte dag niet game-over of kansloos, maar alle ruimte om bij te sturen. Tenzij je boven je macht werkt, lui bent, leren stom vindt, al dat extra's eigenlijk helemaal niet aankan, of het op andere fronten flink tegen zit, tja dan zijn cijfers niet leuk, confronterend, zeker! Er zijn leerlingen die dat even nodig hebben, onderuitgaan. Statistiek met cijfers is wat mij betreft onmisbaar middel om een een helder, eerlijk en vergelijkbaar beeld te krijgen van een leerling, klas of cohort. Ik vind voor mijn vak wiskunde een summatieve toets na 6 tot 14 lessen, afhankelijk van uit hoeveel lessen een onderwerp bestaat, prima te doen. Niet iedere les, niet één per jaar, ook niet 5 per jaar, maar zo'n 10 proefwerken of beoordelingsproducten op zo'n 100 lessen per jaar. Wat kan daar iemand toch op tegen hebben? 
5. Soms denk ik dat we er teveel bovenop zitten, leerlingen te weinig ruimte geven om te falen, alle rek eruit halen. Niet alles hoeft geoptimaliseerd, niet alles hoeft beter dan goed. Docenten hebben het al druk genoeg. Lesgeven is topsport. Dat houd je niet langer dan een volle lesdag vol. Laten we af en toe iets meer onthaasten, iets minder op ons tenen lopen, iets minder boven onze macht werken, het water laten stromen zoals het nu stroomt, tevreden zijn met iets minder.  

In volgend blog (2) drie voorbeelden van formatief handelen die ik toepas in één lessenserie, met positief effect denk ik, maar niet afdoende om de summatieve toets te schrappen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten