zaterdag 6 juni 2015

Waarom ik tegen de zomerschool ben.

  1. Mij is niets gevraagd. Dat klinkt op het eerste gezicht wellicht als een irrelevant argument tegen de zomerschool, maar moet niet voor iedere pilot in het onderwijs voldoende draagvlak bestaan onder de betrokken docenten? Zeer relevant dus: zonder draagvlak weinig kans op succes, weerstand verzekerd. April 2015 werd ons medegedeeld dat onze school meedoet aan de pilot ZomerscholenVO, aanvang juli 2015, slechts drie maanden na de aankondiging. De weg terug lijkt hiermee onbegaanbaar, alles is al beklonken. Verschillende secties worden nu benaderd om mee te werken. Voor wiskunde luidt het verzoek concreet: maak voor leerjaar 3 een taak van 30 uur plus bijbehorende toets met nakijkmodel. Eén toets? Eén taak? Of wordt er meer maatwerk verwacht? Maximaal 10 uur mag gedeclareerd worden, blijkt. Ik zou me er met een jantje-van-leiden van af kunnen maken, per leerling een paar hoofdstukken aanwijzen die onvoldoende waren, toetsen uit de bundel met nakijkmodel bijleveren en klaar is Kees. Makkelijk verdiend, die tien uur. De toets wordt zelfs voor je nagekeken. Door wie? Geen flauw idee. Sorry, maar ik kan er niet achter staan. Zelfs niet als ik wel vakwerk en maatwerk zou leveren en er bovenop zou zitten. Dat doe ik namelijk het hele jaar al. Alle leerlingen die over zouden kunnen of moeten naar het volgende leerjaar heb ik al voldoende kansen geboden voor mijn vak. Het is niet gelukt. Jammer, maar als het docententeam aan het einde van de rit tijdens de overgangsvergadering tot de conclusie komt dat (na zorgvuldig overleg) het niet  verstandig is dat de leerling over gaat, niet met een taak, niet met een herexamen, niet met een voorwaardelijke overgang, dan ook niet na twee extra weken zomerschool.
  2. Overgangsnormen worden onnodig complex. Bij de overgangsnormen doen de meeste scholen hun uiterste best om die zo helder mogelijk te formuleren. Zo weet iedere leerling, ouder en medewerker ruim op tijd precies waar hij of zij aan toe is. Overgangsnormen zijn mede bedoeld om leerlingen op een objectieve en eerlijke manier te behandelen. Met een toevoeging van de zomerschool wordt het er niet duidelijker op. Bij ons op school is er  voldoende ruimte om leerlingen te bespreken. Zo staat in onze jaargids duidelijk omschreven wanneer een leerling automatisch in de bespreekzone terecht komt. Maar ook als er sprake is van bijzondere omstandigheden dan kan (de mentor via) de afdelingsleider een verzoek indienen om de leerlingen buiten de norm om te bespreken. Het komt bij ons zelden voor dat leerlingen onterecht doubleren. Ik begrijp de noodzaak van de zomerschool daarom niet. Ons systeem van jaarlagen zonder zomerschool functioneerde decennia lang prima. Waarom dit systeem aanpassen met een zomerschool? U roept dat na twee weken zomerschool leerlingen meer kans op succes hebben het jaar erop? Lees dan verderop ook de rest van mijn bedenkingen. Of u wilt van het jaarlagensysteem af? Met een zomerschool? 
  3. Een averechts effect? Als vooraf bekend is dat leerlingen in aanmerking kunnen komen voor deelname aan twee weken zomerschool om alsnog over te gaan, dan gaan leerlingen en docenten wellicht daar in negatieve zin op anticiperen. Misschien gaan leerlingen de laatste periode minder hard lopen met een extra vangnet in het vooruitzicht. En doen docenten dat extra stapje niet om leerlingen over de streep te helpen. Zomerschool zou dat averechtse effect zomaar kunnen hebben. 
  4. Probleem van teveel zittenblijvers. In plaats van dat scholen proberen hun doorstroomcijfers op te poetsen, zou je natuurlijk ook kunnen afvragen of het niet terecht is dat er tegenwoordig zoveel leerlingen blijven zitten. Ik las laatst nog een stukje in Het Parool dat in Amsterdam in 7 jaar tijd het aantal vwo-adviezen 6 procentpunt is gestegen, van 18% in 2007 tot 24% in 2014. Is het aantal havo/vwo-adviezen de afgelopen decennia niet te veel gestegen? En is het dan niet logisch dat er meer leerlingen vastlopen? Ik weet het niet hoor, maar moet daar niet eens beter naar gekeken worden?
  5. Oprekken van de grens onwenselijk. Als docent heb je de taak om leerlingen vooruit te helpen, maar ook om het niveau te bewaken. "Bijna 7000 leerlingen een extra kans bieden om toch over te gaan" is m.i. een impuls de verkeerde kant op. Er wordt alom geklaagd over het kennisniveau van de instroom in vervolgonderwijs. Rekentoets, kernvakkenregeling, toelatingsexamens, allemaal (hopeloze) maatregelen of ideeën die wijzen op een groeiend probleem met de doorstroom. Toch besluit men tot de pilot zomerschool, omdat zittenblijven te duur is. Onderwijsbeleid louter sturen op cijfers lijkt me een heilloze weg. Onderwijs sturen op kwantiteit met onvoldoende oog voor kwaliteit brengt ons onderwijs in een neerwaartse spiraal. Stop daar eens mee!
  6. Zittenblijven is niet altijd slecht. De zomerschool wordt vooral gepresenteerd als maatregel om zittenblijven tegen te gaan, bedoeld als bezuinigingsmaatregel (twee weekjes zomerschool is op korte termijn uiteraard een stuk goedkoper dan een heel jaar opnieuw doen), maar de effecten op langere termijn zijn nog volstrekt onduidelijk . Waar een school in de oude situatie gekozen zou hebben voor doubleren, moet in 10 dagen tijd de leerling kansrijk gemaakt worden. Behalve het missen van het signaal dat een docent met een onvoldoende afgeeft, straalt dit voornemen ook een enorme naïviteit uit. Alsof je in een week kan repareren wat een jaar lang niet goed gegaan is. Als het werkelijk mogelijk is om in twee weken het hele jaar te redden, moet die reparatie dan niet eerder in het jaar plaatsvinden? Volgens mij is er in verreweg de meeste gevallen meer nodig dan twee weekjes zomerschool om de leerling weer op de rails te krijgen. Soms is een andere klas nodig, of een echte vastloop-ervaring. Een heel jaar overdoen hoeft niet per se te betekenen dat de leerling zich gaat vervelen. Een heel jaar over doen kan net zo goed leerlingen het plezier in leren weer teruggeven, waarbij het woord succeservaring voor zich spreekt.
  7. Onderwijs is meer dan kwalificatie. Het gaat niet alleen om een voldoende voor hoofdstuk x en y voor vakken a en b, belangrijk is dat je laat zien dat je alle ballen tegelijk in de lucht kan houden, dat je een zeker denkniveau en tempo aankan. Met de juiste attitude, studievaardigheden en omgevingsfactoren moeten leerlingen laten zien dat de volgende ronde ook voor hen uiteindelijk haalbaar is. Ik denk altijd maar dat iedere leerling recht heeft op een baaljaar en dat tegenslag van welke aard ook niet direct moet leiden tot een niveau afdalen, maar dat leerlingen na dat baaljaar de kans krijgen zich te revancheren en doorkrijgen dat als ze geen verantwoording nemen, hen terecht degradatie of een switch te wachten staat. Leerlingen kunnen in een nieuwe klas/groep enorm groeien waardoor leren werkelijk leuk kan worden en goede cijfers halen meer regel dan uitzondering wordt. Zittenblijven is wat mij betreft een goede investering voor hen die er sterk uitkomen. Dat effect lijkt mij nihil bij twee weken zomerschool.
  8. Criteria versus prognose. Wie de criteria leest waaraan leerlingen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de zomerschool en deze vergelijkt met de berekening van de prognose, zal zich toch moeten afvragen of de doelstellingen wel voldoende realistisch zijn. "Voor minder dan de helft van het verwachte aantal zittenblijvers is zomerschool een realistisch en wenselijk alternatief". Betekent dit dat tegen de 50% van het aantal zittenblijvers een "positieve inzet en positieve werkhouding heeft" en dat dit deel slechts een "kleinere reparatie nodig heeft" en dat die reparatie redelijkerwijs "binnen twee weken mogelijk" is. Laten we deze groep kansrijke doublanten noemen. "De verwachting is dat circa 2 a 3 % van het aantal ingeschreven leerlingen kan deelnemen aan de zomerschool." Grof afgerond: van de twee doublanten in mijn klas is er dus één kansrijk? Schaf de rekentoets en kernvakkenregeling meteen maar af, op naar de toelatingsexamens. Of nee, voer het maatwerkdiploma in, gooi overboord wat leerlingen te moeilijk vinden. Laat ik niet afdwalen, punt dat ik wil maken met criteria versus prognose is dat het niet ondenkbaar is dat het oordeel van docenten overruled zal worden door deze streefcijfers. Als blijkt dat er te weinig kansrijke doublanten zijn, zou de zomerschool omwille van de gemaakte investeringen en afspraken zomaar eens toegankelijk gemaakt kunnen worden voor kansarme doublanten. Het gevaar van oprekken van de grens ligt wederom op de loer.
  9. Uitbesteding aan externen. Tenzij docenten twee weken van hun zomervakantie willen afstaan, zal de zomerschool vooral bemand gaan worden door niet-docenten. Op de website van ZomerschoolVO staat zelfs een lijst met externe instanties die daarvoor benaderd kunnen worden. Het komt toch weer neer op geld weghalen bij het primaire proces, waarbij het geld gaat naar lapmiddelen waarmee - te laat - getracht wordt de ergste symptomen van falend onderwijsbeleid te bestrijden. Verdienen doe je idealiter in het onderwijs, niet aan het onderwijs. Kwam dat maar eens door bij OCW.
  10. Teaching to the test. Het gevaar bestaat dat studenten, huiswerkbegeleiders of andere niet-docenten vooraf de enveloppe met eindtoets zullen bestuderen en hun leerlingen gericht op die test zullen voorbereiden. Dit is niet ondenkbaar. Het voortbestaan van de commerciële partijen  hangt immers af van het aantal leerlingen dat met succes de zomerschool zal doorlopen. Deze onwenselijke gang van zaken ondervangen met verzegelde enveloppen die pas aan het einde van twee weken zomerschool geopend mogen worden, en afnames onder toezicht van een docent of schoolleider laten plaatsvinden is toch niet iets waar we naar toe zouden moeten willen. Net als bij examentraining lijkt me dat vervolgopleidingen niet staan te springen om studenten die met teveel nadruk op teaching to the test hun toegangskaartje hebben verdiend. Mijn advies: houd het onderwijs bij de docent, faciliteer hem (of haar) goed en blijf van de zomervakantie af! Zomervakantie is óók voor leerlingen bedoeld om op te laden en te groeien op andere gebieden. 

3 opmerkingen:

  1. Dag David, hier een verkorte reactie uit de mail die je van de VO-raad hebt gehad. Ik geef die punten die volgens mij interessant zijn voor de bredere discussie:
    Eerst een algemene opmerking: Opvallend is dat er steeds een verwijt schuilt in je argumenten dat alles wordt ingezet om cijfers. Dat verwijt vind ik niet (altijd) terecht: wij proberen toch echt in eerste instantie uit te gaan van het belang van de leerling. Daarbij hebben we te maken met een overheid die cijfers vertaalt in beleid. Het is het verantwoordingsmechanisme van de overheid, terwijl er onderliggend ook belangen van leerlingen achter zitten. Wij gaan er van uit dat als de zomerschool voorkomt dat er leerlingen blijven zitten die daarna ook mee kunnen blijven doen in dezelfde groep, dat dat dan winst is. Voor de leerling, maar ook ‘letterlijk’.
    Reactie op punt 4: Als je zegt dat het terecht is dat de leerling blijft zitten, kun je ook zeggen dat het systeem er voor zorgt dat de leerling blijft zitten. Dat is moeilijk de leerling te verwijten. Dus gedacht in het belang van de leerling, zouden we er dan iets aan moeten willen doen.
    Ja, de cijfers verschuiven: steeds meer leerlingen gaan naar havo/vwo, en steeds minder naar het vmbo.. Ons systeem met de relatief vroege selectie (geen keuze maar toch harde selectie) en het feit dat je niet gemakkelijk van de ene naar de andere stroom kunt werkt dat in de hand. Daarom willen we flexibiliseren, en een losser systeem waar je meer op maat je vakken op verschillend niveau kunt volgen. Of in verschillend tempo (het voorstel voor het maatwerkdiploma). Dat is een proces of beweging die je ziet komen en waar de ene school sneller in gaat dan de andere. Wij zien dus zomerscholen als middel in het huidige systeem. Dat past niet in een systeem waar je vakken op verschillend niveau volgt.
    Reactie op punt 6: Volmondig mee eens dat zittenblijven niet voor iedereen slecht is: doe het dus vooral niet bij alle leerlingen en kijk goed voor wie het goed kan zijn. Maar op basis van de onderzoeken blijkt dat de zomerschool voor de grootste groep leerlingen bijdraagt aan een succesvolle schoolloopbaan.
    Reactie op punt 8: Ja. Daar heb je het gevoelige punt van dergelijke pilots en projecten wel te pakken. Wat we dus scherp zullen moeten houden is dat de zomerschool haar succes moet gaan bewijzen in juist enerzijds de terughoudendheid betrachten (om niet in de val te trappen dat het succesvol is als zoveel mogelijk leerlingen de zomerschool hebben gedaan) en anderzijds leerlingen een kans te bieden om sneller verder te komen dan zonder de zomerschool. Dat vraagt lef (of zullen we het een uitdaging noemen , van de scholen die meedoen en van ons.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja je hebt helemaal geijk Bert van de Ven

    BeantwoordenVerwijderen