zondag 14 september 2014

Waarom niet iedereen docent wil worden.

Je kiest op de middelbare school vaak de vakken waar je goed in bent, die je leuk vindt. En daarna een studie die daarop voortborduurt. Eenmaal afgestudeerd, of soms al eerder, vraag je je af, zou ik het onderwijs in willen? Een hoop niet. Waarom niet eigenlijk?

Heeft dat schoolvak dat je vroeger zo leuk vond nog wel voldoende te maken met de studie die je gevolgd hebt, of aan het volgen bent? Of is er een enorme kloof ontstaan? Kan ik m'n ei wel kwijt in het onderwijs? Al die dingen die ik geleerd hebt, of aan het leren ben, kan ik daarmee niet veel verder komen? Iets onderzoeken? Ontdekken? Iets specialistisch doen, iets wat bijna niemand anders kan? Kan ik mijn geld niet verdienen door voor mezelf te beginnen? Of door anderen aan te sturen, te adviseren? Ga ik het geleerde gebruiken of doorgeven?

Stel dat je wil gaan voor het doorgeven, moet dat dan iets zijn dat je net zelf hebt geleerd, ontdekt of verzonnen, of mag het ook 'onder je niveau'? Ga je voor de hogeschool, de universiteit of voor het vo, het po? Welke doelgroep lijkt je het leukst? Vind je de omgang het leukst met (jong)volwassenen, studenten, (pre)pubers, kleuters, peuters, ..., of een combi.

Oké je hebt je keuze gemaakt. Je wil het onderwijs in. Je weet waar je het over hebt. Een groot deel van je leven heb je daar immers al vertoefd. Maar dan.

Je wil het uiteraard goed doen, misschien nog wel beter dan al jouw docenten van toen. Maar dán begint de desillusie. Het goed doen lukt (de meesten) niet (meteen) met 25 lessen per week. En van 0,6 fte kun je niet rondkomen, dus wat moet je nou? Doorzetten? Meedraaien in een achterlijk systeem waar je nauwelijks tijd hebt om te leren, om je lessen voor te bereiden, samen te werken, mee te denken over onderwijsbeleid, en oh ja, mee te denken over socialiseren en iets met subject ofzo :-), en oh ja, dan die ouders ook nog...

Daar sta je dan, opgetrommeld om het onderwijs te redden. Te weinig tijd voor je eigen lestaak, laat staan tijd om je collega's bij te staan met van alles. Moeten de ervaren docenten niet wat meer tijd krijgen om je te begeleiden? En moet jij als nieuwe docent niet wat meer tijd krijgen om het goed te doen. Om in een cultuur te groeien waarin het vanzelfsprekend is om elkaar te helpen, om het samen te doen, om er minder alleen voor te staan.

Het is toch treurig. Dat beroep zonder aanzien. Met al die stumpers die moeten knokken voor een een  hogere schaal, voor een taakuurtje hier en daar. En pas op hoor, niet voor iedereen! Dat zou een enorm verlies zijn. Alleen de beste docenten mogen excelleren. En zelfs zij, de enthousiastelingen, hebben wel eens laten vallen dat je het onderwijs niet moet ingaan voor het geld. Dat het onderwijs heden ten dage zo is ingericht dat docenten eigenlijk niet meer dan uitvoerder zijn van andermans plannetjes.

Waarom nieuwe docenten amper komen? Onderwijzen is een ambacht. Dat leer je pas door te doen. De meesten kunnen het nog niet direct na het verkrijgen van hun bul. Hoe frustrerend is dat. Moet je dan niet simpelweg meer tijd krijgen om het te leren? Meer stage, minder vakkennis, roept u? Nee, meer loon, minder leerlingen per docent, minder lessen per week, zeker bij aanvang.

Is dat duur? Ja!

Ik zou voorzichtig zijn met de boodschap dat we eerst verantwoordelijkheid moeten verdienen.
Laten we ook eens BOE roepen, echt BOE. Hebben we dat ooit massaal gedaan?


Hier nog even de BOE-bron

1 opmerking:

  1. Ik denk dat heel veel mensen leraar willen worden. Want in theorie is het een prachtberoep. Echter hogeropgeleiden hebben hun ogen open en zien dat het in de praktijk niet is zoals in de promotiespotjes.
    Zelf ben ik na elf jaar (het zijn dus niet alleen beginners die afhaken) overgestapt naar een andere sector, terwijl ik het leraarschap nog steeds een prachtberoep vind. In theorie. Echt iets kunnen betekenen voor jongeren, inhoudelijk uitdagende lessen geven, leerlingen kunnen onderwijzen op de manier die bij hen past, begeleiden in hun ontwikkeling naar volwassenheid, diepgang, dat is geweldig! Maar mijn realiteit gedurende die elf jaar was haastig oppervlakkig gejakker, het gevoel hebben leerlingen tekort te doen, lesvoorbereiding afraffelen, me schuldig voelen als ik een leerling of ouder wat uitgebreider te woord stond, want ik wist dat daardoor mijn overige werk in de knel zou komen.
    Heel anders dus dan de promotiespotjes, en heel anders dan het beroep waarvoor ik gekozen dacht te hebben.
    Ik had er elf jaar voor nodig om dat in te zien. Je denkt eerst nog dat als je maar meer routine krijgt, dat er dan wel ruimte komt voor diepgang. Later denk je dat als je je tijd maar efficienter indeelt, of vaker nee zegt, dat er dan wel ruimte komt voor diepgang. Tenslotte krijg je door dat die ruimte voor diepgang er gewoon niet is, welke aanpak je ook kiest. Dat was het moment dat ik concludeerde dat het dan mijn beroep niet is. Maar ik wil nog steeds heel graag leraar worden!

    BeantwoordenVerwijderen