zaterdag 7 december 2013

Lessentabel

Onze lessentabel van de onderbouw (gymnasium) zit te vol. Leerlingen hebben het "te druk" en het grote aanbod van lessen blijkt "te duur". De lessentabel moet krimpen, of iedere sectie kan aangeven welke mogelijkheden de sectie heeft om hieraan bij te dragen.

Allereerst wil ik beamen dat onze leerlingen lange dagen maken. Het zou mooi zijn als leerlingen eerder 'vrij' zijn en kunnen kiezen voor extra ondersteuning, verdieping, zelfstandig thuis of op school werken. Ons onderwijs zou meer gericht moeten zijn op het halen van onderdelen, waarbij wel een zeker tempo vastgelegd wordt waarin de onderwerpen geïntroduceerd en behandeld worden, maar waarbij leerlingen meer keuzevrijheid krijgen bij het hoe van het verwerken van de leerstof.
Echter, een stilzwijgend uitgangspunt, namelijk lessen van 50 minuten (32 straks om precies te zijn), heeft wat ons betreft een zeer beperkende invloed op het vormgeven van een nieuwe lessentabel. De sectiewiskunde reageert daarom met twee versies, eentje uitgaande van het 50-minuten rooster en eentje met een wat vrijere invulling.

Versie 1 (uitgaande van lessen van 50 min)
In de huidige tabel staan voor klas 1, 2 en 3 op ons gymnasium respectievelijk 3, 3, 3 keer 50 minuten wiskunde ingeroosterd. Vergeleken met reguliere vwo scholen is dit aan de krappe kant (vaak 4,4,3). Maar leerlingen die voor gymnasium kiezen, geven aan meer aan te kunnen (klassieke talen, keuzemodules, meer excursies, ...) en dat zij de reguliere vwo vakken dus met minder contacttijd afkunnen. Het is echter een groot misverstand dat je op een gymnasium met minder inspanning hetzelfde reken- en wiskundeniveau kan bereiken als op een regulier vwo. We lopen met de huidige tabel al tegen de volgende problemen aan.


  • Krappe jaarplanning. In ons proefwerk-jaarrooster zie je al dat met het aantal lessen per hoofdstuk/onderwerp niet uitkomen met het aantal lessen dat we huiswerk *mogen* opgeven. In de handleiding van Moderne Wiskunde wordt uitgegaan van 35 x 3 = 105 lessen per jaar bij 3 lessen per week, en 35 x 4 = 140 lessen per jaar bij 4 lessen per week. Met de schamele nog geen 100 lessen per jaar, slaan wij heel veel leuke en nuttige onderdelen over en concentreren wij ons op de leerdoelen waarvan wij vinden dat die minimaal behaald dienen te worden. Dat is een vrij intensief programma, niet alleen gericht op het CSE maar ook op het vervolgonderwijs. In onze proefwerk-jaarplanning is onverwachts lesuitval niet eens meegenomen. Niet dat we een langer lesjaar met een kortere zomervakantie willen, maar de jaarplanning kan en moet wat ons betreft  verder geoptimaliseerd worden (ofwel er moet minder lesuitval zijn).
  • Kwaliteit kost tijd. Ondanks dat we met minder contacttijd onze leerlingen op vwo-niveau proberen te krijgen, ondervinden we dagelijks hoe druk leerlingen het hebben met andere schoolzaken; dat veel leerlingen nauwelijks toekomen aan het maken van hun wiskundehuiswerk en amper tijd hebben om terug te komen op al behandelde leerstof. De trein raast het hele jaar door. Tijd voor ziek zijn is er niet. Wij verwachten niet dat leerlingen alles perfect zullen willen beheersen. Ze moeten immers vaak strategische keuzes maken om alle ballen in de lucht te houden.  Met een 5.5 geven wij min of meer aan dat er voldoende kans is om te succesvol te kunnen zijn in een volgende ronde. Echter door compensatiemogelijkheden glippen er toch heel wat leerlingen tussendoor. Tijd om achterstanden weg te werken hebben wij nauwelijks, terwijl bij een concentrisch opgebouwd stapelvak het wel heel belangrijk is om eventueel ontstane hiaten weg te werken.
  • Vervolgonderwijs. Het vervolgonderwijs is toch waar we onze leerlingen voor opleiden, niet voor het CSE. Een voldoende voor het CSE biedt nauwelijks garantie voor succes in het wo of hbo. Er wordt veel geklaagd in het ho en wo over het reken- en wiskundeniveau. Dat rechtvaardigt onze keuze hoge eisen te stellen aan inzicht en vaardigheden. In de onderbouw willen we onze leerlingen een degelijke ondergrond geven, zodat de overgang OB/BB soepel verloopt en de leerlingen in de BB zonder ernstige voorkennisproblemen alle wiskundevarianten (A,B,C,D) aankunnen. Aangezien we in de onderbouw extra nadruk leggen op inzicht, stellen we het inslijpen van enkele wiskunde-B-achtige vaardigheden uit tot in de bovenbouw, waarmee we de werkdruk in de OB weer ietwat verlichten.
  • Steunlessen. Wij vinden het jammer en kwalijk dat er geen geld vrijgemaakt kan worden voor steunlessen wiskunde in de onderbouw. Veel leerlingen moeten nog op de rails gezet worden, hebben hulp nodig bij aanpak en motivatie, maar hebben ook vanzelfsprekend extra uitleg nodig. Niet iedereen heeft dit "vierde uur wiskunde" nodig, maar door het afschaffen ervan, stromen wellicht onnodig enkele leerlingen af van ons gymnasium.
  • Rekenen. De rekentoets 3F komt eraan, maar ook 2S en 3S moeten voorbereid. De wiskundesectie neemt dit voorlopig voor haar rekening, maar tijd en geld voor rekenlessen is er niet. Laat duidelijk zijn dat we met de wet referentieniveuas eerder extra tijd nodig hebben, dan dat we nog meer tijd kunnen inleveren.
  • Vakoverstijging. Helaas participeert wiskunde nog weinig in projectweken, maar in klas 3 hebben we een begin gemaakt om statistiek deels onder te brengen in de waterweek. De sectie wiskunde stelt zich dienstbaar op, met name dus bij statistische verwerking van gegevens. We staan open om mee te denken om ook andere wiskundeonderwerpen in projectweken te integreren, maar met de huidige invulling van vakoverstijgende projecten zien we vooralsnog weinig mogelijkheden. We zijn vooral bang dat als er nog meer vakoverstijgende projecten komen, we nog meer tijd verliezen en het wiskundeprogramma moeten draaien met nog minder lessen.
  • Onderzoekend leren. Onderzoekend leren zouden we graag meer willen inbedden in onze aanpak, maar de concrete voorbeelden die wij tot nu toe uitgeprobeerd hebben vragen om zoveel extra tijd dat we er domweg niet aan toekomen. Jammer, want OL biedt een welkome afwisseling en draagt ons inziens bij tot meer motivatie bij leerlingen. 
  • Pisa over de studietijd van onze 15-jarigen.  "In het  overzicht van tijd die wordt besteed aan het vak wiskunde binnen de school staat Nederland op de 55e plaats met 165 minuten. Inderdaad, de vijfenvijftigste plaats! Bijna onderaan de lijst dus" (Bron).
Al met al maakt bovenstaande wel duidelijk dat we geen lestijd willen en kunnen afstaan. Wel willen we de werkdruk bij leerlingen verlagen (beter spreiden) door de tijd in de jaarplanning voor onderwijs efficiënter te benutten. Onze wens om in klas 1 een extra uur wiskunde in de tabel op te nemen willen we laten varen, mits er een meer flexibele invulling voor in de plaats komt, waaronder steunles wiskunde en rekenen (maar niet op het laatste uur van 16:10 tot 17:00 uur).

Versie 2 (uitgaande van minder lange lesdagen)
Ik ben benieuwd of er scholen zijn (gymnasia, technasia, tto, vwo+) die meer aanbieden dan een regulier vwo-programma, maar toch het aantal lessen beperkt weten te houden.
Ik denk bijvoorbeeld aan scholen met:

  • Andere lestijden. Wij adviseren onze leerlingen om het wiskundehuiswerk te spreiden over minimaal 3 dagen per week, zodat het geleerde tijd krijgt om te 'landen'. Met drie lessen per week kan nieuwe lesstof in kleine brokjes aangeboden worden en al behandelde lesstof op tijd bevraagd worden. Wij zien onze leerlingen daarom liever 3 keer per week 'kort', dan 2 keer lang. Nu zal 3 x 30 flink docent gestuurd lesgeven behoorlijk intensief zijn, maar als dat 60 minuten keuzewerktijd kan opleveren, is dat misschien toch interessant. Met een 45-minutenrooster zou ook keuzewerktijd mogelijk gemaakt kunnen worden: het eerste uur leent zich wellicht het best voor KWT in de stijl van steunles, de laatste uren voor KWT in de stijl van HWB. 
  • Projectweken. Zijn er scholen waarbij het gelukt is om een aanzienlijk deel van de wiskundedoelen onder te brengen in projectweken of in vakoverstijgend onderwijs?
  • Keuzetrajecten. Vraag is of we in de onderbouw alle leerlingen hetzelfde moeten aanbieden. Puur uit tijdgebrek hebben wij vorig jaar bijvoorbeeld in klas 2 het laatste hoofdstuk Contrueren en Redeneren facultatief gemaakt (voor leerlingen die het leuk vinden of een extra cijfer nodig hebben om hun gemiddelde op te poetsen). Het betreft de digitale oefening "Lijnen van betekenis" in de DWO. In klas 3 maken we er een (verplichte) B-wis opdracht van voor leerlingen die wiskunde B gaan doen (of nog twijfelen). Het is niet nodig dat alle leerlingen dezelfde wiskundestof doorlopen in de bovenbouw, dus waarom wel allemaal hetzelfde aanbieden in de onderbouw? Andere leerlingen doen wellicht liever iets "extra's" voor een ander vak. Vraag is natuurlijk wel of we de lat niet te laag leggen op deze manier? Moeten niet alle leerlingen kennis gemaakt hebben met bijzondere lijnen in een driehoek?
  • Daltononderwijs. Op het Wolfertlyceum werken ze met Daltonuren en een 45-minutenrooster, misschien zijn Daltonuren ook interessant voor onze school. Voordeel van KWT midden op de dag, is dat leerlingen en docenten nog fris zijn, nadeel is dat je wellicht een deel van de leerlingen  onnodig lang vast houdt op school (ophokuren). Doel is juist ook voor ons dat leerlingen minder lange dagen maken.
  • ...



Geen opmerkingen:

Een reactie posten