donderdag 7 november 2013

Het Initiatief

'Het Initiatief zou ik een goede alternatieve titel gevonden hebben voor Het Alternatief, het boek van Jelmer Evers en Rene Kneyber dat onlangs uitgegeven is door uitgeverij Boom, gerecenseerd door onder andere Simon Verwer in Leraar met beroepseer op Scienceguide.nl en door Aleid Truyens met Frisse bevlogenheid in een vermoeide sector in de Volkskrant.
De ondertitel "Weg met de afrekencultuur in het onderwijs" suggereert niet alleen waarvoor een alternatief gezocht wordt, maar samen met de hoofdtitel ook dat deze daadwerkelijk gevonden is. Er wordt een aanzet gegeven tot "flipping the system", maar een volledig uitgewerkt plan hoe deze omwenteling bereikt kan worden, ligt nog niet klaar. Door de anti-leus in de ondertitel laat een deel van de doelgroep wellicht het boek links liggen. Dat is jammer, want Het Alternatief is een niet te missen boek voor beleidsmakers, schoolleiders, leerkrachten en andere medewerkers in het onderwijs.



Gesterkt door de woorden op pagina 199: "Dapperheid houdt ook in dat je het lef hebt om je kwetsbaar op te stellen", probeer ik hieronder te schetsen welke gedachten het boek bij mij naar boven haalt. De auteurs van het boek hebben het initiatief genomen om de discussie aan te zwengelen over wat goed onderwijs is en hoe je dat bereikt, maar vooral - denk ik - ook om deze discussie op ieders agenda te krijgen. Voor de vervolgstappen is eveneens initiatief nodig. Betrokkenen, politici, beleidsmakers, bestuurders, schoolleiders, docenten zouden concreet moeten aangeven wat ze precies willen veranderen, welke randvoorwaarden hiervoor nodig zijn en hoe die randvoorwaarden verwezenlijkt kunnen worden. Waar dat zou leiden tot een haalbaar traject, zou een pilot opgestart kunnen worden.

Afgelopen decennia is het onderwijs behoorlijk uitgehold. Om 'flipping the system' mogelijk te maken, moet denk ik eerst (of tevens) geprobeerd worden die uitholling weer ongedaan te maken. Uitholling heeft wat mij betreft te maken met onder andere schaalvergroting, standaardisering, ranking, afrekening, bezuiniging, uitbesteding, bureaucratisering, onderwaardering en onderwijsvernieuwing. Ik zal ze hieronder toelichten.

Schaalvergroting.
Fusiedrang (tja waarom eigenlijk) heeft geleid tot ondoorzichtige organisaties met mistige en overgewaardeerde functies. Geld moet bij de leraar en leerling komen. De voordelen van schaalvergrotingen (gemeenschappelijke administratie, uitbesteding ICT e.d.) hoeven niet allemaal ongedaan gemaakt worden, maar vuistregel is, als daar binnen het onderwijs een extra manager of bestuurder voor nodig is, of iemand die daarvoor meer verdient dan een docent, schrappen dat zogenaamde voordeel en in eigen beheer nemen. Scholen moeten weer transparant worden. Voor docenten en ouders moet de boekhouding duidelijk en controleerbaar zijn, gemaakte keuzes helder en de identiteit herkenbaar.

Standaardisering
Climb that tree is inmiddels een welbekend plaatje, het geeft goed de onzin weer van gestandaardiseerde testen. Standaardisatie accentueert in eerste instantie de verschillen en zorgt er vervolgens voor dat niet ieder individu maximaal vooruit geholpen wordt.  Door geen of weinig respect te hebben voor ieders talent, aanleg, leertempo, zadel je het onderwijs op met een haast onmogelijke opgave, namelijk iedereen gemotiveerd bij alle lessen te houden. Gestandaardiseerde testen inzetten, om gemeenschappelijke doelen te waarborgen, stoelt op wantrouwen richting de docent die probeert zijn vak via maatwerk over te dragen, al zijn leerlingen een stapje verder te brengen. Alle leerlingen hetzelfde aanbieden op dezelfde manier, op gelijke momenten, lijkt efficiënt maar is in werkelijkheid weinig effectief. Leerlingen toetsen aanbieden waarvoor ze (nog) niet klaar zijn demotiveert en draagt samen met de compensatiemogelijkheden die er zijn bij tot diploma-inflatie. Op het CSE lijkt het testen van intelligentie een steeds groter plaats in te nemen, waardoor wellicht een groot deel van de geslaagde leerlingen wel competent is, maar dat niet kan aantonen met de beheersing van de gestelde doelen. Teaching to the test en compensatiedrang gaan dus niet samen. Voor teaching to the test zou de cesuur misschien wel bij 80% van 'de gestelde leerdoelen' moeten liggen. Een lage cesuur in combinatie met het doorlaten van leerlingen met voldoende intelligentie brengt het onderwijs in een neerwaartse spiraal. Er wordt niet meer voldoende geleerd.

Eigenlijk zou slagen voor het CSE net zo vanzelfsprekend moeten zijn als het behalen van het zwemdiploma. Het echte examen is het proefzwemmen (SE), op wel zo'n niveau, dat slagen voor het CSE gegarandeerd is en niet meer is dan een formaliteit. De leerstof zou opgedeeld moeten worden in brokjes, die stuk voor stuk gehaald moeten worden, zoals ook in het hoger onderwijs gebruikelijk is (niet per se afgesloten met een toets). Pas als alle onderdelen in orde zijn, ben je klaar voor het proefexamen. Het CSE als integrale eindtoets zou je dan zelfs kunnen inruilen voor entreetoetsen in het vervolgonderwijs (of die zelfs vervangen door alleen duidelijke voorlichting). Als niet meer het CSE leidend is voor scholen, maar de gezamenlijk afgesproken (minimale) leerdoelen, dan verwacht ik dat scholen dat (nog steeds) heel goed kunnen combineren met aandacht voor, zoals Biesta dat heel mooi samenvat met twee woorden: socialisatie en subjectivicatie (Alternatief p 69/70).

Een oprechte vraag van mij: willen we niet te veel leerlingen een algemeen vormende opleiding laten volgen? Zetten we ons algemeen vormend onderwijs niet te veel op een voetstuk en maken we het daarmee niet te aantrekkelijk voor leerlingen die daar eigenlijk (nog) weinig mee hebben? Wat is er mis met bijvoorbeeld ambachtelijk beroepsonderwijs? Niets, toch?! Ik ben voor een herwaardering.

Uitholling door standaardisatie komt dus enerzijds doordat (potentiële) specialisten uit andere lagen onttrokken worden, anderszijds doordat door teaching to the test in combinatie met de compensatiemogelijkheden die we in ons onderwijssysteem hebben, de gestelde leerdoelen niet door iedereen voldoende gehaald worden. Moeten de kerndoelen nu verdwijnen? Neen, dat zou een enorme wildgroei veroorzaken van doelen en resultaten. Binnen de sectie maken we om die reden al afspraken met elkaar.

Ander punt is: "Meten we in het onderwijs wat we waardevol vinden, of zijn we in het onderwijs waardevol gaan vinden wat gemeten wordt of gemeten kan worden?" (Het alternatief, p. 73)
Te veel nadruk op toetsen gaat ten koste van zaken in het onderwijs die niet of moeilijk meetbaar zijn, formatief toetsen is onmisbaar voor het leerproces, summatief toetsen is vaak (lang niet altijd) nodig om een bepaald onderdeel af te sluiten en zorgt ook voor de nodige extrinsieke motivatie. Niet alle leerdoelen, lessen, leraren zijn voor iedereen even interessant, dus ik denk dat er wel degelijk enige duwtjes nodig zijn om leerlingen in het vo bij de les te houden (waar de leergierigheid niet meer een vanzelfsprekend iets is).

Ranking
Onmogelijk, maar stel dat het mogelijk is, scholen, docenten en leerlingen eerlijk te ranken (met een aantoonbare meerwaarde), dat daarvoor een betrouwbaar en volledig meetsysteem voor handen is, dan is ranking alleen leuk voor wie het 'goed doet', maar voor wie onder de maat scoort, levert ranking vooral frustratie op. Als je veronderstelt dat de onderste 50% ook boven het gemiddelde wil scoren, zal dat het gemiddelde doen stijgen? Het lijkt me dat de beste en zwakste leerlingen niet oneindig beter kunnen worden; hetzelfde geldt voor alle leerlingen daartussenin. Je houdt altijd een 50% die onder het gemiddelde (of mediaan) zit, ranken heeft dus weinig zin. Wellicht dat onderling enkele verschuivingen zullen plaatsvinden, maar voor het totaalplaatje heeft dat geen positief effect. Of zou het gemiddelde naar een lagere evenwichtsstand verschuiven als je stopt met ranken? Ik zie het in mijn klas niet gebeuren. Goed is goed genoeg, gehaald is gehaald en gefaald is toch al gefaald. Het gaat erom of je boven jezelf kunt uitstijgen, dat heet leren geloof ik, je best doen. Stop dus met ranken, met onderlinge verschillen publiek maken. Welke leraar leest tegenwoordig nog alle cijfers in de klas hardop voor? Het streven moet zijn zelf beter te worden, niet per se beter dan de ander. Voor de toptien heeft het ook geen zin. De verschillen zijn zo klein, en het meten in werkelijkheid zo subjectief en onvolledig, dat je geen conclusie kan trekken. De beste leerling in het zonnetje zetten, of de slechtste leerling vernederen, dat kan toch niet de bedoeling zijn? Iedereen heeft recht op vooruitgang, een compliment. Hetzelfde geldt natuurlijk voor docenten, en scholen. Ik heb het nooit begrepen, competitie, concurrentie in het onderwijs. Leerlingen en docenten van andere klassen, scholen, landen hebben toch net zoveel recht op het beste onderwijs? Dus delen onze goede ideeën, ons mooie lesmateriaal. Vrijgeven, gratis beschikbaar stellen, voor iedereen! Onderwijs is niet te vergelijken met topsport, waarbij het gaat om de beste willen worden (of blijven), om niet willen degraderen. Degraderen omdat je het laagst eindigt? Een ondergrens moet in het onderwijs niet relatief gezet worden maar absoluut, gebaseerd op doelen en vereisten, niet op onderlinge verschillen. In het onderwijs gaat het vooral om iedereen geven wat hij of zij nodig heeft, dat behoefte en aanbod op elkaar aansluiten? Zou je binnen het eigen gezinsleven je eigen kinderen willen ranken om ze beter te laten presteren? Nee toch, hoop ik?

Afrekening
Prestatiebeloning, prestatiebekostiging of andere perverse prestatieprikkels, natuurlijk leiden die aan de onderkant tot teaching to the test, frauduleus gedrag, diploma-inflatie en -devaluatie. Niet alleen aan de onderkant treden ongewenste effecten op. Als het doel is goed onderwijs voor iedereen, dan moet je geen remmende maatregelen nemen die samenwerking, het delen van ideeën en materialen, het elkaar vragen om en bieden van ondersteuning in de weg staan.

Bezuinigingen
Ondanks flinke investeringen in de onderwijssector is er toch enorm bezuinigd in het primaire proces, getuige de volle klassen, de volle banen en het tekort aan bevoegde docenten. Geldstromen gaan de verkeerde kant op. Een absolute noodzaak om 'flip the system' tot onderwijsverbetering te laten leiden, is dat salarissen van niet-onderwijzend personeel niet boven die van docenten uit mogen uitkomen. Schoolleiders behoren docenten met taakuren te zijn. Bestuurders moeten zich laten omscholen tot docenten of een andere baan zoeken, zonder riante vertrekpremies, wachtgelden (docenten krijgen dat ook nauwelijks als er geen werk meer voor ze is). Grootverdieners in het onderwijs mogen blij zijn dat niet met terugwerkende kracht geld dat zij ontvreemd hebben van het onderwijs terugbetaald moet worden. Hoe kan een bestuurder docenten recht in de ogen krijgen en uitleggen dat hij recht heeft op meer salaris dan de docenten zelf? Grotere verantwoordelijkheid? Lijkt me niet, docenten zijn eindverantwoordelijk voor de kwaliteit? Complexere taken? Ook niet, kleinschaligheid maakt duur bestuur overbodig.
Grootste probleem van flip the system is dat docenten te weinig tijd hebben om te werken aan onderwijsverbetering, om het systeem te flippen. Klassen van maximaal 20 leerlingen, banen met maximaal 20 lessen, dat lukt alleen als duur personeel verdwijnt en er voor aasgieren niets meer overblijft. Bijna niemand durft concrete maatregelen te noemen, laat staan te nemen. Waarom is er nog geen wet gemaakt die graaiers alles laat terugbetalen wat onrechtmatig is weggenomen. Zo'n wet kan toch op de steun van een meerderheid van de Nederlandse bevolking rekenen? Dat hier veel te weinig aan gedaan wordt, betekent misschien wel het failliet van het Nederlandse onderwijs, concreet dat ik komend jaar gratis steunles wiskunde mag geven. Schande!

Uitbesteding
Mensen met leidinggevende, coördinerende taken financieel hoger waarderen dan docenten heeft een voedingsbodem veroorzaakt voor het wij- en zij-gevoel. Enige oplossing daarvoor is om alleen een wij te laten bestaan. Collectieve autonomie spreekt mij wel aan, met een gekozen krachtige (gespreks)leider. Het moet echter niet zo zijn dat als je eenmaal een leidinggevende positie hebt bemachtigd, je daar de rest van je loopbaan kan blijven zitten. Als het collectief besluit dat er andere leiding, ander management moet komen, dan zij het zo.
Ik noem expres niet de uitgeverijen. Ik denk dat voor hun methodes wel markt blijft bestaan, maar met maximaal 20 lessen per week verwacht ik wel dat docenten lesmateriaal meer naar hun hand zullen zetten.  Ik noem expres niet de onderwijsadviesbureaus en nascholingsbedrijfjes. Die met toegevoegde waarde zullen waarschijnlijk wel overleven. Maar subsidiegeld moet altijd via docentencollectieven lopen, docenten kunnen het beste inschatten waar en op welke wijze innovatie of scholing gewenst is. Het moet afgelopen zijn met dure projecten waar een hoop mensen behalve leerlingen beter van worden. En al die geldverslindende congressen, laat iedereen die maar uit eigen zak betalen!
Ik begrijp dat veel mensen willen verdienen aan het onderwijs, maar het moet duidelijk zijn dat dat alleen kan in het onderwijs. Aub, laat het geld bij de scholen terecht komen en sta zelfverrijking niet toe.

Bureaucratisering
Op onnodig papierwerk zit niemand te wachten. Tig velletjes intypen om in aanmerking te komen voor financiering voor een goed project moet tot het verleden gaan behoren, net zoals verplicht tijdschrijven. Besteed de tijd die je daarvoor nodig hebt aan het project zelf. Niet schrijven, maar doen! Het lerarenregister, weer zo'n bureaucratische maatregel, stoelt ook weer op wantrouwen. Deze is notabene verzonnen door docenten zelf, waar de overheid wel erg makkelijk in meegaat, nu zelfs probeert uit te buiten. Neem op de koop toe dat niet iedere leraar (direct) tijd die vrijkomt als je minder leerlingen per klas en minder lessen per week hebt, verruilt voor extra inspanning t.b.v. het onderwijs. Dat komt hopelijk ooit vanzelf of het komt niet. Dwang helpt niet, dat werkt averechts. Proberen mee te trekken in het collectief (enthousiastmeren, overtuigen, inspireren, ...) is eigenlijk niet meer dan je kan doen. Alleen disfunctioneren kun en moet je aanpakken, maar dan hebben we het over de basisactiviteiten van een docent, niet over het opvullen van taakverlichting.

Onderwaardering
Zelfs met een tweedegraadsbevoegdheid zou je ruim boven de vwo stof moeten staan, met een eerstegraads opleiding is dat gegarandeerd, maar moet die opleiding per se academisch zijn? Zolang men maar blijft roepen dat academische vorming noodzakelijk is voor alle docenten, blijft er maar weinig waardering over voor andere 1e-graads docenten, 2e-graads docenten en leerkrachten met een pabo opleiding. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Is het vo (en po) wel beter af met academisch gevormde docenten? Komen zij niet te ver van de (middelbare) schoolstof te staan? Is het opdreunen van een dictaat niet een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet in het onderwijs? Toch ben ik voor, dat ook academisch opgeleide docenten les mogen geven in de bovenbouw van het vwo :-) mits ze affiniteit hebben met de schoolstof en de leeftijdsgroep, mits ze bereid zijn te leren van ervaren collega's, mist ze bereid zijn tot het behalen van een lesbevoegdheid. Niet vanwege hun zogenaamde onderzoeksvaardigheden (ik ken er genoeg die er een potje van maken), niet vanwege het VAKdocent zijn, niet vanwege een prachtig CV, niet vanwege een mooie titel in de schoolgids, maar puur omdat ze graag een goede VAKDOCENT willen zijn en er alles voor over hebben om dat te worden. Het is best verhelderend om zelf het onderwijstype ervaren te hebben waar je je leerlingen uiteindelijk op voorbereidt, echter die ervaring heb je ook al als je na een tijdje afhaakt :-) Voor mij is verplicht stellen van een academische opleiding in de bovenbouw van het vwo niet noodzakelijk, in sommige gevallen zelfs onwenselijk. Ik zou eerder pleiten voor een eerstegraads opleiding met net zoveel aandacht voor het docentschap als voor de vakinhoud. De opleiding continueren en combineren met betaald voor de klas staan, lijkt mij ook aanbevelenswaardig. Bevoegdheid zou pas afgegeven moeten worden na het verkrijgen van de eerste vaste aanstelling (en alle andere brokjes natuurlijk).
Met onbevoegd lesgeven (zonder er studerend voor te zijn), moet het maar eens afgelopen zijn. Ik kan me wel voorstellen dat in bepaalde noodsituaties, of ten gunste van een goede samenwerking binnen de sectie, of terwille van onderhoud van kennis en vaardigheden, onderbevoegd lesgeven een enkele keer toegestaan wordt, maar alleen bij hoge uitzondering. Dikke docenten mogen niet vervangen worden door dikke boeken. Bekwaamheid uit zich niet alleen in goed les kunnen geven, maar ook in de potentie hebben zelf goed lesmateriaal te ontwerpen.

Het aanzien van het beroep leraar is niet alleen gekelderd door salarisachterstand van de hele beroepsgroep, maar ook door onderlinge salarisverschillen. De HOS-wet heeft diepe sporen achtergelaten in het onderwijs en wie kent de LB/LC/LD strijd niet? Fnuikend voor de onderlinge sfeer, wederzijds respect en begrip, en daarom niet bevorderend voor samenwerken, kennis delen, leergierig zijn, je kwetsbaar opstellen, maar bovenal samen je schouders eronder zetten en persoonlijk belang ondergeschikt laten zijn aan het hogere doel: mooi onderwijs voor iedereen. Heeft daarom niet elke leerkracht, docent, schoolleider, ontwikkelaar recht op evenveel salaris? Weg met die carrièrepaden in het onderwijs. Waarom zou je carrière moeten maken in sector waarbij je vanaf dag 1 een topbaan hebt?
Als een doel van het onderwijs is gelijke kansen te bieden aan alle leerlingen, dan moet je zelf het goede voorbeeld geven en een omgeving scheppen zonder status- en salarisverschillen. De roep om alle leerkrachten academisch te vormen, is volgens mij meer een roep om alle leerkrachten gelijk te waarderen, ieder voor z'n eigen specialisatie(s). Nou heb ik persoonlijk geen onoverkomelijke problemen met een eenduidig systeem als 2e graads LC en 1e graads LD, maar echt goed onderbouwd en doordacht vind ik deze salariskoppeling niet. Leerkrachten in het po verdienen het in ieder geval minstens zoveel te verdienen als in het vo. Laten we eens van onderaf de waardering voor leerkrachten verhogen en kijken waartoe dat leidt. Iedere leerling (van alle leeftijden, op elk niveau) heeft recht op goed onderwijs, laten we dan niet de ene docent beter belonen dan de ander, dat is accepteren van verschillen die we juist niet (of minder) willen.

Verder vrees ik dat het algehele beeld dat we bij leerlingen achterlaten over het docentschap ook een aandachtspuntje is.  Zij zijn immers onze potentiële opvolgers. ;-)


Onderwijsvernieuwing
Ik denk ook dat de door de overheid opgelegde onderwijsvernieuwing (basisvorming, studiehuis, het nieuwe leren, ...) heeft geleid tot uitholling van de sector. Waar je hoopt dat docenten zelf het initiatief nemen tot innovatie, hebben de veranderingen de docenten eerder murw gemaakt dan creatief en assertief. Voor velen is het nu nog steeds overleven en er achteraan hollen, slechts enkelen hebben tijd en energie (ervoor) over voor de strijd om het onderwijs weer terug te geven aan de docenten. Dank jullie wel, voorvechters. Maar nu is het aan alle docenten om meer collectief initiatief te tonen, om de ruimte te pakken die er al is. En laat de overheid nu eindelijk eens het initiatief nemen om die ruimte te vergroten en zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Laten wij docenten alvast beginnen met bijvoorbeeld het tegengaan van diploma-inflatie, daar hebben we de overheid niet per se voor nodig, toch?





Geen opmerkingen:

Een reactie posten