woensdag 26 december 2012

Hoe laat is het?

Loading [MathJax]/extensions/MathMenu.js




Het is alweer 9+99 uur geweest.




MathJax werkt in blogger:
http://irrep.blogspot.nl/2011/07/mathjax-in-blogger-ii.html

En met de scriptregel zoals hieronder, werkt het ook op mobiel


Formules maak je dan in MathType:
http://www.dessci.com/en/support/MathType/works_with.asp#!target=mathjax



3x1+(1+x)2


P(E)=(nk)pk(1p)nk


1(ϕ5ϕ)e25π=1+e2π1+e4π1+e6π1+e8π1+


vrijdag 23 november 2012

Moderner en gerichter actie voeren










bron

Waarom ik liever niet staak.
  • Opbrengst weegt vaak niet op tegen nadelige gevolgen van lesuitval voor mezelf en voor mijn leerlingen. Wat kun je bereiken zonder te staken?
  • Waarvoor je staakt niet duidelijk genoeg. Je wordt vaak opgeroepen om het werk neer te leggen voor meerdere issues tegelijk. Zijn alle punten wel voldoende haalbaar? En ben ik het wel met alle punten eens?
  • Vaak is slechts een klein deel van de docenten bereid om te staken. Daardoor lijkt een minderheid ontevreden en dat werkt averechts. Het maakt zichtbaar dat het voor de meerderheid kennelijk nog niet schrijnend genoeg is.
  • Staken is niet bedoeld om je onvrede te ventileren, maar om je eisen kracht bij te zetten. Dus als je staakt, dan ga je ook net zolang door totdat je bereikt hebt wat vooraf als haalbaar en noodzakelijk is vastgesteld. Verwar staken dus niet met demonstreren.
  • Ik word liever niet geassocieerd met de malle berichtgeving vanuit de media.

Maar hoe dan wel?
  • Is een draagvlakmeting niet genoeg om een duidelijk signaal af te geven. Het moet toch mogelijk zijn om als docent met enkele muisklikken je mening te geven over belangrijke beleidspunten in het onderwijs. Neem bijvoorbeeld docentnummer als primaire sleutel.
  • En dan goed afbakenen waarvoor je een mening geeft, waarbij de belangrijkste argumenten voor en tegen duidelijk op een rij zijn gezet. 
  • Onderwijsbeleid waarvoor absoluut onvoldoende draagvlak is, zouden we collectief niet moeten uitvoeren. Door ons goed te organiseren moet het onmogelijk worden dat scholen hierop apart afgerekend kunnen worden. Samen staan we sterk.
  • Als beleidsmakers geconfronteerd worden met de onuitvoerbaarheid van hun beleid, wellicht worden docenten dan voortaan vooraf betrokken bij het maken van nieuwe plannen.

woensdag 18 juli 2012

Rekenbeleid VWO

Afgelopen jaren heb ik de ontwikkelingen gevolgd omtrent de in 2013/2014 in te voeren verplichte rekentoets. Ik verwachtte voor het vwo geen geen problemen aangezien dezelfde toets ook afgenomen zou worden op HAVO niveau. Bovendien hebben wij in 2010/2011 een diagnostische rekentoets van het CITO afgenomen in G3 waarvoor bijna al onze derdeklassers slaagden. Samen met het vermoeden dat in het vo leerlingen "vanzelf" beter worden naarmate ze ouder worden (min of meer bevestigd door Rekenen in Beeld), vond ik het niet nodig alarm te slaan bij de schoolleiding, tot het moment van de kamerbrief juni 2012. Hierin staat vermeld dat slechts 68% van de vwo leerlingen geslaagd is voor de pilot rekentoets maart 2012 met een gemiddeld cijfer van 6,7.



Tot nu toe hadden we in klas 1 een (digitaal) rekenprogramma met vooral "kale" rekensommen, zonder context dus, meer gericht op niveau 2S (formeel, abstract rekenen) dan op niveau 2F (functioneel rekenen, nodig om in onze maatschappij te kunnen functioneren). Contexten genoeg in het vo bij de rekenvakken, dus het leek me overbodig om bij rekenen eveneens daarop accent te leggen. Volgens mij bestond de maatschappelijke onvrede over het rekenniveau niet zozeer uit het niet kunnen oplossen van verhaaltjessommen met rekenmachine, maar vooral uit het niet goed kunnen hoofdrekenen en het niet goed kunnen rekenen met een kladblaadje. Vraag is überhaupt wel of je daar in het tijdperk van computers en mobiele apparaten nog heel veel tijd aan wil besteden op de middelbare school.

Als aanvulling op het Nederlandse realistische rekenonderwijs leek het mij juist zinvol om op vwo niveau aandacht te besteden aan begrip en notaties bij rekenen, als ondergrondje voor de algebra bij wiskunde. Voorbeeld: 243 - 67 - 33 is met een handige tussenstap 243 - 100, maar met een tussenstap volgens de voorrangsregels 176 - 33. De handige methode, waarbij je er in totaal 100 vanaf haalt, dient hier als ondergrondje voor het latere a - b - c = a - (b + c).  Wel vaker gebruik je in de algebra een getallenvoorbeeld om een en ander te verduidelijken, maar dan moet dat getallenvoorbeeld voor de leerlingen wel gesneden koek zijn natuurlijk. Ook in dit voorbeeld wordt duidelijk dat er voldoende aandacht moet zijn voor het het onderhouden van het simpele rekenwerk. Dat kan heel goed tijdens wiskunde als de voorrangsregels aan bod komen. Dat het verstandig is om de rekenmachine niet blind te vertrouwen bewijst wel dit plaatje. En dat Meneer van Dalen al een tijdje niet meer geldt, kun je hier lezen. Kortom er zijn genoeg aanknopingspunten om rekenen aan bod te laten komen zonder dat je daar opnieuw saaie rekenboeken voor moet doorwerken. Een paar gerandomiseerde opgaven in een digitaal rekenprogramma moet voldoende zijn. Dat levert maatwerk. De goede rekenaar is na een keer klaar. De zwakke rekenaar kan eindeloos oefenen.

Met een gerandomiseerde vermenigvuldigingsopgave als 678 x 789 test je niet alleen of ze de tafels goed beheersen en over de 10 kunnen rekenen, maar ook of ze een nette foutloze notatie aangeleerd hebben. Zelfs een zeer vervelende deelsom als deze kan zinvol zijn, mits je accent legt op inzicht, notatie en onderliggend hoofdrekenen. Het inslijpen van de vaardigheid van deze moeilijke sommen zelf, vind ik minder belangrijk, daar hebben we immers nu voldoende hulpmiddelen voor bij de hand, en als dat op de lagere school niet gelukt is, dan zullen we het op de middelbare school waarschijnlijk ook niet even snel voor elkaar krijgen. Het gaat vooral om het onderhouden van de onderliggende rekenvaardigheden en het gestructureerd werken. Naast ons rekenprogramma in klas 1 adviseren wij vooral de zwakke rekenaars om regelmatig de sommen op www.rekenbeter.nl te maken. De verantwoordelijkheid rekenvaardig te blijven leggen we daarmee ook bij de leerling en ouders zelf. Als leerlingen vastlopen of hulp nodig hebben, dan zijn ze welkom op steunles rekenen.

Mijns inziens moet het rekenonderwijs op het vwo zich in de onderbouw richten op niveau 2S en in de bovenbouw op 3S, terwijl nog steeds onbesloten is op welk niveau de eindtoets op het vwo afgenomen zal worden. De rekentoetswijzers van niveau 2F en 3F staan hier maar nu publicatie van het concept van de rekentoetswijzer 3S over de zomervakantie getild is (zie wiskundebrief 589 en 603), verwacht ik op korte termijn voor de eindtoets vwo geen wijziging meer van 3F naar 3S. Dit wil nog niet zeggen dat we nu het roer om moeten gooien en onze aandacht volledig moeten richten op 3F.  Niveau 3F is niet meer dan 2F met iets ingewikkeldere contexten, hier en daar een gegeven overbodig of een (denk)stapje extra. Als onze leerlingen in staat zijn de contextrijke vraagstukken van het huidige CSE te maken, dan moet zo'n rekentoets in G5 of G6 ook wel lukken, toch?

Maar nu blijkt dat een derde deel van de vwo leerlingen in de laatste rekenpilot 3F toch een onvoldoende gehaald heeft, zijn we dan nog wel goed bezig? Moeten we ons nu zenuwachtig maken?
Ik denk het niet. De normering van de rekentoets wordt vast achteraf vastgesteld, op zo'n manier dat niet te veel leerlingen zullen zakken. Dat hebben we gezien bij het vaststellen van de N-termen...
Uiteindelijk hoeven we niet veel anders te doen dan wat we nu doen, denk ik. Er moet wel meer tijd en ruimte vrijgemaakt worden om wis- en rekendidaktiek bij de verschillende rekenvakken beter op elkaar af te stemmen, en waar nodig moeten middelen beschikbaar gesteld worden om leerlingen die een onvoldoende dreigen te halen, remediale hulp te kunnen bieden. Daarvoor zouden we diagnostische toetsen moeten afnemen en hierop een plan van aanpak maken. In G5 volgend jaar hebben de leerlingen bij wiskunde bij ons een extra uur gekregen (vanwege de veranderende uitslagregel). Liever een uur extra in de onderbouw natuurlijk, daar komen we echt tijd te kort, maar in dit extra uur moet het mogelijk zijn om leerlingen voor te bereiden op komende rekentoets.

Grootste punt van aandacht voor volgend jaar is hoe je de docenten van de verschillende rekenvakken op een lijn krijgt wat betreft didactiek en verdeling van de leerdoelen. Ik denk niet dat het verstandig is om de verantwoordelijkheid te spreiden over verschillende secties. Wie is dan nog aanspreekbaar op tegenvallende resultaten? Toch moeten we het samen doen, maar de eindverantwoordelijkheid moet denk ik liggen bij 1 sectie. De wiskundesectie ligt het meest voor de hand, waarbij een aantal leerdoelen gedelegeerd moeten worden aan de vakken economie, aardrijkskunde en de BINAS vakken. Zolang de wiskundesectie de boel aanstuurt, controleert en eventueel repareert, dan lijkt me dat voor komende generale repetitie afdoende. Leerlingen die voor deze generale slagen, krijgen vrijstelling voor de eerste rekentoets van 2013/2014. Leerlingen die er niet voor slagen, tja eerst zien, dan geloven.

Dus samenvattend denk ik dat de wiskundesectie het voortouw moet nemen. Komend jaar in G5 een diagnostische toets afnemen (de pilot van 2012 bijvoorbeeld). Deze uitgebreid bespreken met de leerlingen. Leerdoelen vaststellen en verdelen over de verschillende vakken. Secties gaan na met welke leerdoelen zij in hun eigen vak iets kunnen. Geschikt materiaal zoeken voor doelen die overblijven. Tijdens wiskunde extra rekenlessen verzorgen. Voor de zwakste rekenaars RT aanbieden. In klas 1 rekenprogramma continueren. In overige leerjaren docenten beter bewust maken van de leerdoelen (o.a. via de rekentoetswijzers en de D-toets). Vragen om tijdens de lessen bewust om te gaan met de rekenmachine en de rekendoelen.

Echter zo vlak voor de vakantie stel ik toch enkele knelpunten vast die aandacht behoeven.
  1. In klas 1 is de werkdruk voor leerlingen te hoog. Ons rekenprogramma (wachtwoord: 'geen') in klas 1 wordt vanuit het vak wiskunde aangestuurd en versterkt daarmee het gevoel van hoge werkdruk bij wiskunde. De eerste drie onderdelen (Handig, Schatten en Cijferen) worden weliswaar volledig thuis gemaakt, toch ben je wel een hoop lestijd kwijt aan instructie en toetsing. Vandaar dat we hebben besloten dat we deze onderdelen nog wel voorschrijven, maar niet meer toetsen voor een cijfer. Hiermee komt de verantwoordelijkheid voor een groot deel bij de leerling (en de ouders) te liggen. De laatste drie onderdelen (breuken, verhoudingen en metriek) toetsen we nog wel voor een cijfer. Bij de gelijknamige wiskundehoofdstukken testen we het rekenen zonder rekenmachine steeds in een so, en het rekenen met rekenmachine in het eindproefwerk. Daar moeten ze immers ook verstandig mee leren omgaan.
  2. Als school wil je zoveel nieuwe dingen opzetten. Is er dan nog wel tijd voor rekenbeleid, om de verschillende secties bij elkaar te brengen om op 1 lijn te komen? Om de docenten bewust te maken van de verschillende niveaus? Om leerdoelen te verdelen? Amper. Maar het moet wel. Wellicht kunnen we dat met moderne hulpmiddelen meer op afstand voor elkaar krijgen, want veel tijd voor overleg (face-to-face) is er niet.
  3. Meeste materialen die ik heb gezien zijn niet toereikend. Van de rekenboekjes voor de onderbouw van G&R of MW word je ook niet echt vrolijk. Als je al geen hekel had aan rekenen, dan krijg je het wel van die boekjes. Leerlingen die al goed waren, hebben het niet nodig. Leerlingen die er moeite mee hebben krijgen dat bevestigd. Een digitale adaptieve toets, met intelligente feedback, met ruimte voor verschillende aanpakken en notaties, maar ook met een volgsysteem, zou uitkomst bieden. Ik heb 'm nog niet gezien.
  4. Problemen moeten aangepakt worden op het moment dat ze ontstaan, op de lagere school dus. Het is eigenlijk ondoenlijk om de leerlingen op de middelbare school extra te belasten met rekenonderwijs, zonder dat er elders iets vanaf gaat.
  5. Vreemd maar waar, het staat nog steeds niet vast of vwo getoetst gaat worden op niveau 3F of 3S. 
  6. Groot deel (80%) van de toets mag met rekenmachine, 20% niet. Hoe organiseer je dat bij een pdf versie van de diagnostische toets?
  7. Er zijn afgelopen jaren veel diagnostische toetsen verschenen, maar met behoorlijk veel niveauverschillen. Welk toets heeft het juiste niveau? Of zijn de Rekenresultaten in drie jaar sterk achteruit gegaan?
  8. Hoe straks om te gaan met two strikes out?
  9. Onduidelijk nog of en hoeveel geld er komend jaar beschikbaar komt voor rekenbeleid. Dit jaar was daar geen geld voor, maar dat is voor komend jaar niet haalbaar, denk ik.
Maar nu eerst vakantie :-)

woensdag 16 mei 2012

De meerwaarde van een ELO

Ik denk dat Moodle nog steeds voldoende meerwaarde heeft en wel om de volgende redenen.
  1. Ik zie Moodle als een veilige, besloten en overzichtelijke ontmoetingsplek voor leerlingen, leerkrachten, secties, mentoren, schoolleiders. Ondanks goede alternatieven valt er met goede vulling voldoende te beleven.
  2. Moodle is wat mij betreft vooral een knooppunt op het WWW. Op internet zie je vaak door de bomen het bos niet meer. Enige structuur in lesmateriaal, planningen, technische mogelijkheden etcetera is toch wel fijn. 
  3. Moodle biedt mogelijkheden tot samenwerken. Met de sectie kan je de methode (het boek) loslaten en toch allemaal zo'n beetje hetzelfde doen. Je kan materiaal en planningen klaar zetten. Iedere docent kan het op maat aanpassen.
  4. In Moodle kun je content makkelijk meenemen naar volgende leerjaren, aanpassen, verbeteren. Maar content blijft ook behouden en aanpasbaar als collega's wegvallen.
  5. Voor zwakke punten van Moodle bestaan vaak goede alternatieven. De HTML editor bijvoorbeeld, gebruik liever een programma als Dreamweaver. Samen toch krachtig.
  6. Bestandsbeheer kan wellicht beter met een eigen website, met gedeelde mappen, dropbox, Googledocs.... Maar gaat het om een inleveropdracht, dan vind ik de ELO wel lekker overzichtelijk. Je ziet in je klassenlijst precies wie wat hoe laat heeft ingeleverd, of nog niet. Feedback, een score, een cijfer toekennen gaat ook heel makkelijk.
  7. Voor SCORM belabberd versiebeheer. Als je SCORM wilt aanpassen, moet je eerst het oude pakketje weggooien en een nieuw pakketje (met een andere naam) terugzetten, met verlies van alle gebruikersgegevens. Directe toegang (tot bijvoorbeeld de DWO) wellicht handiger. Maar dan mis je wel de mogelijkheden van hergebruik (oefenen, toets), tijdelijk onzichtbaar maken, registratie aantal pogingen. Activiteit gadeslaan een belangrijke meerwaarde in Moodle
  8. Leerlingen/lklassen/groepen makkelijk in te voeren. Quickmail, resultaten per groep verdraaid handig. De infrastructuur ligt er, waarom iets anders daarvoor gebruiken?
  9. Moodle weerhoudt niemand om (ook) gebruik te maken van flipdeklas, prezi, wisfaq, youtube, Khanacademy etcetera. Sterker nog, met Moodle kun je een beetje orde in de chaos scheppen. Een ELO biedt daarom denk ik vooral structuur, zowel voor leerling als leerkracht!
  10. Moodle als verlenging van je les, ook thuis na schooltijd bruikbaar.

Mogelijke redenen waarom Moodle niet bij iedereen in de smaak valt. 
  1. Methode of eigen weg volgen kan prima zonder Moodle
  2. Moodle niet plug en play, je moet er wel even in duiken.
  3. Moodle vreet tijd, al dat geklik ...
  4. Moodle beperkt, niet alles kan wat elders wel kan
  5. Moodle door de strot duwen werkt averechts
  6. Good practice ontbreekt
  7. Geen trekker/aanspreekpunt per sectie ...
  8. Gebrekkige ondersteuning
  9. Inrichting Moodle zelf soms rommelig, niet eenduidig.
  10. Afspraken onduidelijk/ niet nakomen
Ondanks dat SCORM in de toekomst waarschijnlijk alleen afgespeeld kan worden (zonder registratie leerlingenwerk) denk ik dat vooral vanwege het aspect samenwerken Moodle bij ons stand zal houden. Neemt niet weg dat openstaan voor nieuwe ontwikkelingen zeer belangrijk blijft.